logo-sociale-alliantie6

Nieuwsbrief 2017-5 verschenen

Op 28 juni is er weer een nieuwsbrief verschenen. Dit keer met een thema-dossier over werk, werkloosheid en nieuwe wegen.

Klik hier om deze nieuwsbrief te lezen.

SER adviseert de regering over sociaal ondernemen

sociaal ondernemenKlik hier om dit artikel te downloaden als pdf-document.

De Sociaal-Economische Raad heeft op 22 mei 2015 het SER-advies ‘Sociale ondernemingen: een verkennend advies’ vastgesteld. Dit rapport is de reactie van de Raad op een adviesvraag van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hij heeft de SER gevraagd in hoeverre en op welke wijze de (rijks)overheid aansluiting kan vinden bij de ontwikkelingen rondom sociaal ondernemerschap. Deze hoofdvraag bestaat uit vier subvragen:

  • Karakter van sociale ondernemingen: wat is het / wat zou het moeten zijn?
  • Wat kunnen sociale ondernemingen betekenen voor de oplossing van maat-schappelijke problemen?
  • Wat zijn eventuele belemmeringen hierbij?
  • Wat zou er nog moeten gebeuren en wie is hierbij aan zet?

Het advies heeft een verkennend karakter en de invalshoek is de ontwikkeling van sociale ondernemingen in Nederland. Het advies geeft geen antwoord op de vraag op welke wijze een specifiek maatschappelijk probleem het beste kan worden opgelost.

Sociaal ondernemen

De SER kiest een heldere definitie van de sociale onderneming die volledige aansluit bij die van Social Enterprise NL, en welke tevens door de Europese Unie wordt gebruikt: “Sociale ondernemingen hebben in ieder geval gemeen dat het zelfstandige ondernemingen zijn, die een product of dienst leveren en primair en expliciet een maatschappelijk doel nastreven.” Het gaat om ondernemingen die enerzijds economisch zelfstandig zijn en dus niet duurzaam volledig afhankelijk zijn van subsidies, schenkingen en donaties. Anderzijds zijn het organisatorisch zelfstandige ondernemingen die hun beleid onafhankelijk van de overheid of van ‘reguliere’ bedrijven kunnen voeren. Voor sociale ondernemingen staat de financiële doel-stelling ten dienste van het primaire maatschappelijke doel. Dit onderscheidt de sociale onderneming van andere ondernemingen.
Deze definitie geeft duidelijke en werkbare handvatten om sociaal ondernemers te herkennen en hen te ondersteunen. Het Platform Social Enterprise NL is aanjager van de beweging van sociaal ondernemers: ondernemers die kiezen voor maatschappelijke waarde. En ver-schillende partijen zoals aangesloten bij het Platform Social Enterprise NL zijn actief geweest bij het tot stand komen van het advies. Het adviesrapport van de SER, dat 70 pagina’s telt, erkent de waarde van sociaal ondernemers voor de Nederlandse maatschappij en geeft concrete aanbevelingen hoe de sector verder versterkt kan worden.
De belangrijkste actiepunten van de SER om knelpunten van sociale ondernemingen weg te nemen zijn:

  1. Investeer gezamenlijk in impactmeting (par. 5.3)
  2.  Versterk de samenwerking tussen sociale ondernemingen (par. 5.4)
  3. Vergroot de kennis bij overheid en bij sociale ondernemingen (par. 5.5)
  4. Onderzoek de mogelijkheid voor een ‘label’ voor sociale ondernemingen (par.5.6)
  5. Verbeter het financieringsklimaat (par. 5.7)
  6. Creëer meer ruimte bij overheidsinkoop (par. 5.8)

De aanbevelingen van de Raad zijn in een tabel samengevat, die het actiepunt noemt, wie aan zet is, waar bij aangesloten kan worden en welk knelpunt wordt opgelost.

Bijdrage aan de oplossing van maatschappelijke problemen

Om zicht te krijgen op de bijdrage van sociale ondernemingen in Nederland zou men idealiter het maatschappelijk rendement op macroniveau willen vaststellen. Voor een dergelijke analyse van de verhouding tussen maatschappelijke baten en maatschappelijke kosten zijn echter nog onvoldoende gegevens beschikbaar. De raad beperkt zich in hoofdstuk drie tot een kwalitatieve duiding van de maatschappelijke baten van sociale ondernemingen voor-namelijk op basis van casuïstiek. Hierbij is gebruikgemaakt van zelfrapportage door onder-nemingen die zichzelf als sociale ondernemingen zien en dit ook uitdragen (bijvoorbeeld door lid te zijn van het platform Social Enterprise NL).

Waar sociale ondernemingen tegenaan lopen

De raad vat in hoofdstuk vier de belangrijkste belemmeringen samen die het vergroten van het maatschappelijk rendement van sociale ondernemingen in de weg staan.

  1. Knelpunten bij het meten van de impact
    Sociale ondernemingen onderscheiden zich door hun missie; uiteindelijk moeten ze echter ook hun daadwerkelijke bijdrage aan het maatschappelijke doel, hun impact, kunnen laten zien. Op dit punt is duidelijk nog winst te boeken. Het meten van de maatschappelijke impact is complex (en duur).
  2. Beperkte herkenning en erkenning
    Sociale ondernemingen voelen zich onvoldoende erkend en herkend in het onder-scheid met commerciële spelers of goededoelenorganisaties. Het brede publiek is vaak nog niet bekend met het bestaan van sociale ondernemingen. Klanten en investeerders willen er op kunnen vertrouwen dat de sociale onderneming duurzaam de maatschappelijke impact vooropstelt. Het gaat niet alleen om de uitdaging om de ge-realiseerde impact te meten, maar ook om deze voor een breed publiek transparant en toegankelijk te maken.
  3. Knelpunten bij de financiering
    Het aantrekken van financiering is vaak een knelpunt voor sociale ondernemingen. In vergelijking met andere mkb-bedrijven hebben sociale ondernemingen te maken met een aantal aanvullende complicaties op dit gebied. Doordat de maatschappelijke missie kostenverhogend kan werken en het financieel rendement niet vooropstaat, is het financieel rendement vaak minder. Ook weten sociale ondernemingen en potentiele investeerders en financiers elkaar nog niet altijd te vinden en ze spreken vaak niet dezelfde taal.
  4. Belemmeringen door wet- en regelgeving
    De werelden van ondernemers en overheid sluiten niet goed op elkaar aan. Zo is er te weinig experimenteerruimte om tegemoet te komen aan nieuwe ontwikkelingen, dan wel wordt deze ruimte onvoldoende gebruikt. Daarnaast hebben (sociale) onder-nemers vaak te maken met verschillende (beleids)onderdelen van de gemeente en daarmee verschillende loketten die niet goed op elkaar aansluiten.
  5. Knelpunten bij overheidsinkoop
    Indien bij aanbestedingen uitsluitend naar de laagste prijs gekeken wordt, dan kunnen sociale ondernemingen daarvan een concurrentienadeel ondervinden en krijgen innovatie en een ondernemende aanpak van maatschappelijke problemen onvoldoende ruimte. De toepassing van 'social return' benadeelt in de praktijk sociale ondernemingen en andere bedrijven die los van de aanbesteding mensen met een arbeidsbeperking in dienst hebben. Beleidsverschillen tussen gemeenten belemmeren het uitbreiden van activiteiten door sociale ondernemingen.

De actiepunten uit het SER-advies op een rij

Het SER-advies bevat een actielijst met diverse aanbevelingen, waaronder:

  • een impactmeting om de meerwaarde van sociale ondernemingen te kwantificeren;
  • een kenniscentrum sociaal ondernemerschap voor samenwerking, kennisontwikkeling en opschaling bij impactmeting;
  • vergroten van kennis bij beleidsmakers en overheidsinkopers, bijvoorbeeld door een leeratelier sociaal ondernemerschap;
  • meer aandacht voor maatschappelijke uitdagingen in het ondernemerschapsonderwijs;
  • bundelen van relevante (digitale) overheidsinformatie;
  • onderzoek doen naar een label voor sociale ondernemingen;
  • experimenteren met impactfinanciering (op basis van behaalde resultaten);
  • instellen van een duidelijk aanspreekpunt bij gemeenten;
  • afstemming van regels en procedures tussen en binnen gemeenten.

Advies bruikbaar voor burgerlijke gemeenten

De Raad ziet in de aanbevelingen van hoofdstuk vijf een belangrijke rol weggelegd voor de overheid en in het bijzonder voor gemeenten. De SER doet gemeenten onder meer de volgende aanbevelingen:

  1. Vergroot binnen de organisatie de kennis over sociaal ondernemen.
  2. Verbeter het financieringsklimaat voor sociale ondernemingen door te investeren in nieuwe financieringsvormen, zoals 'social impact bonds'.
  3. Creëer meer ruimte voor sociale ondernemingen bij overheidsinkoop , onder meer door de ruimte te benutten die de aanbestedingswetgeving biedt.
  4. Wijs binnen de gemeente een duidelijk aanspreekpunt aan voor sociale ondernemingen.

Voor de sociale werkvoorzieningsbedrijven in gemeenten liggen er specifieke kansen. In de praktijk werken sw-bedrijven al steeds vaker samen met sociale ondernemingen. Veel ge-meenten verwachten dat sociale ondernemingen ook een belangrijke rol kunnen gaan spelen bij de realisatie van de banenafspraak.
Daarnaast ziet het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in reactie op het Advies mogelijkheden voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het ministerie heeft de SER onlangs dan ook verzocht om een vervolgadvies te formuleren over maatregelen die de samenwerking tussen werkbedrijven, sociale ondernemingen en overige organisaties kunnen stimuleren.
Een aantal gemeenten is in de praktijk al bezig om sociaal ondernemerschap te bevorderen, binnen hun eigen gemeente of in de regio. Daarbij zijn uiteenlopende maatregelen en initiatieven te onderscheiden, allemaal specifiek gericht op sociale ondernemingen:

  • Een startersfonds
  • Specifieke begeleiding voor starters
  • Een kennisplatform
  • Een bedrijfsverzamelgebouw creëren
  • Veranderde inrichting van 'social return'
  • Delen van het sw-bedrijf verzelfstandigen tot een sociale onderneming

Er is voor burgerlijke gemeenten veel mogelijk, en er is altijd sprake van maatwerk. Belangrijk is dat een gemeente helder is over haar rol. Kernwoorden zijn samenwerken, faciliteren en stimuleren.

Reactie kabinet op SER-advies: positie sociale ondernemingen verbeteren

Het kabinet heeft op 5 juli 2016 een Reactie op het Advies gegeven en naar de Tweede Ka-mer gestuurd. Het kabinet erkent het belang van bedrijven met een maatschappelijke missie en wil de maatschappelijke impact ervan helpen vergroten. Deze sociale ondernemingen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan maatschappelijke participatie, integratie en leefbaarheid. Sociale ondernemingen hebben nu vaak moeite om hun maatschappelijke meerwaarde aan te tonen. Daarom komt er een onderzoek naar hoe de maatschappelijke impact van het brede scala van sociale ondernemingen het best gemeten kan worden.
In het Advies signaleert de SER een aantal knelpunten en formuleert een reeks aanbevelingen. Naar aanleiding van het advies wil het kabinet een aantal acties ondernemen. Onder meer om de kennis bij overheden te vergroten en overheidsinformatie voor sociale ondernemers op één plek te bundelen; om het financieringsklimaat te verbeteren; en om de ruimte die de aanbestedingswetgeving biedt met het oog op maatschappelijke doelstellingen beter te benutten.
Het SER-advies omschrijft sociale ondernemingen als ondernemingen die primair een maat-schappelijk doel hebben, maar plaatst deze in een continuüm. Het kabinet sluit zich hierbij aan: ‘Alle bedrijven hebben sociale impact, bijvoorbeeld in de vorm van banen en in toenemende mate door Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, maar sociale ondernemingen kunnen een voorbeeldfunctie vervullen.’ Doel van het kabinet is niet het creëren en vergroten van een aparte ‘sector’ van sociale ondernemingen, maar het vergroten van de positieve maatschappelijke baten. Het kabinet deelt de conclusie van de SER dat het niet wenselijk is om een aparte rechtsvorm voor sociale ondernemingen in het leven te roepen. Mochten bedrijven met een maatschappelijke missie zelf het initiatief nemen voor een speciaal ‘label’ voor sociale ondernemingen, dan zal de overheid dit initiatief met positieve blik bekijken.
Het kabinet gaat tevens met de sociale ondernemingen over het vorig jaar uitgebrachte SER-advies in gesprek. Het kabinet nodigt de SER van harte uit om betrokken te blijven bij vervolgstappen. Het gaat de SER ook om een vervolgadvies vragen. Daarin zal onder meer worden gevraagd hoe de overheid en sociale ondernemingen samen kunnen optrekken om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te re-integreren.

Hub Crijns, bestuurder Landelijk Katholiek Diaconaal Beraad

Klik hier voor informatie over Social enterprise NL
Klik hier om het rapport te downloaden.
Klik hier voor een persbericht over het rapport.

Klik hier om naar de startpagina van het themadossier 'Werk, werkloosheid en nieuwe wegen' te gaan.

Kan arbeid de groeiende kloof in de samenleving overbruggen?

pont d avignonVolgens een bekend kinderliedje gaan mensen in het Franse Avignon vrolijk dansend een brug op. Ze bereiken echter nooit de overkant, omdat de brug halverwege de rivier ophoudt. Iets dergelijks overkomt bijstandsmensen en werklozen die voor de zoveelste keer met prikkelende begeleidingsmuziek de arbeidsmarkt opgestuwd worden, omdat dit de koninklijke weg uit de armoede zou zijn en omdat de economische crisis overwonnen is en er weer meer werkers nodig zijn. In de hoop de slechte kant van de maatschappelijke kloof achter zich te laten, stapt menigeen de arbeidsbrug op. Velen bereiken echter de overkant van de kloof niet. Ze blijven hangen in de armoede en de onzekerheden die reeds hun deel waren. Wat nu? Kan de arbeidsbrug verlegd of verlengd worden? Kan de kloof wat smaller gemaakt worden? Of moet de mensen geleerd worden nog beter te dansen en te springen? Een toekomstgerichte terugblik op beleid en praktijk van armoedebestrijding is nodig voor het vinden van een eerlijk antwoord op deze vragen.

Lees meer

Thema 'Een onbemind probleem'

schulden

In oktober 2016 verscheen een studie onder de titel 'Een Onbemind Probleem'. Hierin wordt een schets gegeven van knelpunten bij problematische schulden en worden de maatschappelijke kosten en baten verkend die overheidsbeleid op dit terrein met zich meebrengt. De resultaten komen mensen die al langer de praktijk van problematische schulden kennen maar al te bekend voor.
Tijd voor een bespreking van het rapport en illustratie ervan met verhalen uit de praktijk.

In dit dossier vindt u:

 

Thema: werk, werkloosheid en nieuwe wegen

werk werklooshied nieuwewegenBetaald werk wordt al decennia gepresenteerd als de koninklijke weg uit de armoede. Dat dit keer op keer niet werkt voor bepaalde groepen in de samenleving - zoals arbeidsgehandicapten, laagopgeleide mannen en vrouwen die vaak geen startkwalificatie hebben; vrouwen op middelbaar beroepsniveau; niet-westerse migranten; oudere langdurig werklozen - blijkt opnieuw uit een arbeidsmarktanalyse die het UWV onlangs uitvoerde. Ger Ramaekers bericht hierover. In een bijdrage van Trinus Hoekstra laat hij zien dat een deel van de mensen die wel werk vinden in een 'precaire' situatie blijven, omdat de flexibilisering van de arbeidsmarkt ze werkgelegenheid biedt waarmee ze niet uit de armoede komen. Raf Janssen plaatst de vastgelopen strategieën om mensen terug de arbeidsmarkt op te sturen in een brede analyse, en bekijkt de alternatieve kansen die sociale coöperaties en 'bewarende arbeid' bieden. Hub Crijns bespreekt de mogelijkheden die sociaal ondernemen biedt, aan de hand van een SER-advies hierover.

UWV Arbeidsmarktanalyse 2017

arbeidsmarktanalyse kleinUWV heeft de arbeidsmarktanalyse 2017 gepubliceerd met als doel om met deze analyse een bijdrage te leveren aan de arbeidsmarktpositie van groepen met afstand tot de arbeidsmarkt, en input te leveren voor een goede werking van de arbeidsmarkt. In onderstaande bijdrage enkele interessante en opmerkelijke onderdelen. Die komen vaak overeen met zaken die de Sociale Alliantie al langer bepleit. Misschien worden de geesten (te) langzaam rijp?

Klik hier om meer te lezen.

Met flexibilisering ‘van de wal in de sloot’

flexibilisering kleinVVD-leider Mark Rutte stelde tijdens verkiezingsdebatten voor om uitkeringen te korten, omdat er volgens hem bij een aantrekkende economie genoeg (betaald) werk is. Een verlaging van uitkeringen bedoelde hij als een spreekwoordelijk ‘duwtje in de rug’. Voor velen voelt het evenwel vanwege de onzekerheid op de arbeidsmarkt als een duw ‘van de wal in de sloot’. 

Klik hier om meer te lezen.

Kan arbeid de groeiende kloof in de samenleving overbruggen?

 pont d avignon klienVolgens een bekend kinderliedje gaan mensen in het Franse Avignon vrolijk dansend een brug op. Ze bereiken echter nooit de overkant, omdat de brug halverwege de rivier ophoudt. Iets dergelijks overkomt bijstandsmensen en werklozen die voor de zoveelste keer met prikkelende begeleidingsmuziek de arbeidsmarkt opgestuwd worden, omdat dit de koninklijke weg uit de armoede zou zijn en omdat de economische crisis overwonnen is en er weer meer werkers nodig zijn. In de hoop de slechte kant van de maatschappelijke kloof achter zich te laten, stapt menigeen de arbeidsbrug op. Velen bereiken echter de overkant van de kloof niet. Ze blijven hangen in de armoede en de onzekerheden die reeds hun deel waren. Wat nu? Kan de arbeidsbrug verlegd of verlengd worden? Kan de kloof wat smaller gemaakt worden? Of moet de mensen geleerd worden nog beter te dansen en te springen? Een toekomstgerichte terugblik op beleid en praktijk van armoedebestrijding is nodig voor het vinden van een eerlijk antwoord op deze vragen.

Klik hier om de samenvatting van dit artikel van Raf Janssen te lezen.
Klik hier om het hele artikel te lezen.

SER adviseert de regering over sociaal ondernemen

sociaal ondernemen kleinDe Sociaal-Economische Raad heeft op 22 mei 2015 het SER-advies ‘Sociale ondernemingen: een verkennend advies’ vastgesteld. Dit rapport is de reactie van de Raad op een adviesvraag van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hij heeft de SER gevraagd in hoeverre en op welke wijze de (rijks)overheid aansluiting kan vinden bij de ontwikkelingen rondom sociaal ondernemerschap. Het advies geeft geen antwoord op de vraag op welke wijze een specifiek maatschappelijk probleem het beste kan worden opgelost.
Hub Crijns bericht over het rapport.

Klik hier om dit artikel te lezen.

Deel deze pagina via sociale media

logo armoede live 10jaarlater

logo initiatief nu

logo expeditie sociale cooperatie

Adres

Stimulansz
t.a.v. Ger Ramaekers / Sociale Alliantie
Postbus 2758
3500 GT Utrecht

mailadres2

Volg ons op sociale media