logo-sociale-alliantie6

Brochure met 20 genomineerde projecten Dr. Poels Prijs

Exodus Heerlen wint eerste Dr. Poels Prijs

samen-levenOp 15 mei 2013 is de eerste Doctor Poels prijs uitgereikt aan het team van het Exodushuis in Heerlen. Deze 'Doctor Poels prijs' is een initiatief van het Limburgs Diaconaal Fonds, dat zo haar waardering wil uitspreken voor de vele kleinschalige projecten en individuele personen die kwetsbare medemensen in de Limburgse samenleving terzijde staan. Daarom is een tweejaarlijkse 'Doctor Poels prijs' in het leven geroepen, die bestaat uit een klein kunstwerk en een financiële bijdrage van € 500.

Twintig sociale en diaconale projecten

Het bestuur van het Limburgs Diaconaal Fonds heeft bij gelegenheid van het uitreiken van de Dr. Poelsprijs een boekje 'Samen leven: de gewoonste zaak van de wereld' gemaakt, waarin alle voorgedragen projecten worden beschreven op twee pagina's.
Het Theater Vergeet Het Maar is een activiteit van Alzheimer Noord-Limburg uit Venray. In Landgraaf is het Consuminderhuis Ons genoeg actief. De Diaconie NU van Horst aan de Maas geeft in inkijk in de activiteiten. Het Exodus Heerlen laat zien wat het allemaal doet. De Stichting GIPS uit Blerick in Noord-Limburg maakt verbindingen tussen kinderen en mensen met een handicap. Het wijkontmoetingspunt Het Kruispunt is een belangrijk sociaal knooppunt in de wijk Vrangendael in Sittard. De Samenwerkende Kerken in Sittard hebben het project Hulp In Praktijk opgericht, waarin vraag naar en aanbod voor vrijwilligerswerk elkaar ontmoeten. Het inloophuis Biezefke is in Sittard al jaren een begrip voor vooral daklozen. De Protestantse gemeente van Maasbracht presenteert haar inloopochtenden. In Venray is de actie Vredeslicht gaande, opgezet door Scouting Wellerlooi. In Venlo heeft het echtpaar Augustinus de Actie Zonnestraal opzet, waarin buren en burgers elkaar in de wijk De Ruit kunnen helpen. In Heerlen Noord is het wijkpastoraat De Vrank al jaren bekend. De Basiliek in Meerssen kent de werkgroep 'Ruggesteun van de Basiliek', die vrijwillige hulp geven waar de nood hoog is. De jongerenkerk in Venlo kent al jaren solidariteitsmaaltijden. De Stichting Baeter Laeve zamelt geld in voor goede doelen in Beek en omgeving. De Voedselbank Midden-Limburg brengt vraag naar voedsel en aanbod van overtollig voedsel bij elkaar. In Heel kent de parochie St. Stephanus de werkgroep zieken, eenzamen en rouwenden. Voor kinderen en tieners is er in Sittard de Zaterdag middag Club. De kerken in Nuth hebben vanuit de Werkgroep Armoede een Sociale Actie opgezet. In Maastricht zijn budgetkringen actief.

Download hier de brochure 'Samenleven is de gewoonste zaak van de wereld'.

Van verzorgingsstaat naar zelfzorgende straat

handen

Alle gemeenten zijn druk in de weer met de hervorming van het sociaal domein: het rijk draagt taken over aan de gemeenten; die staan het dichtst bij de burgers en hebben de meeste kans om van hen gedaan te krijgen dat zij meer verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen leven en hun eigen omgeving. De verzorgingsstaat wordt veranderd in een zelf-zorgende straat. Wellicht biedt dat mogelijkheden om een aantal tekortkomingen van de verzorgingsstaat te ondervangen.

Lees meer

Collectivering van het minimabeleid

Het kabinet maakt het gemeenten moeilijker om met weinig uitvoeringskosten huishoudens met de allerlaagste inkomens enige steun te geven via categoriale bijstand. Een collectivering van het minimabeleid biedt nieuwe mogelijkheden.

Tegemoetkoming in verzekering ziektekosten

Iedere zichzelf respecterende gemeente heeft een fatsoenlijk minimabeleid. Dat bestaat doorgaans uit regelingen waarop huishoudens met weinig inkomen een beroep kunnen doen om enige verlichting te krijgen in hun situatie. In veel gemeenten wordt daarbij het accent gelegd op ondersteuningsmogelijkheden voor kinderen. Uit praktische overwegingen hebben veel gemeenten categorale regelingen ontworpen: als je tot een bepaalde doelgroep hoort heb je recht op een vastgestelde vergoeding. Dat geldt bijvoorbeeld voor een tegemoetkoming voor kinderen uit huishoudens met een minimuminkomen. Die kinderen krijgen een tegemoetkoming voor uitgaven die ze moeten doen voor school of voor sport. Door de categorale en ambtelijke toekenning worden veel uitvoeringskosten bespaard. Het kabinet heeft bepaald dat dat niet meer mag. Voortaan moet voor iedere situatie afzonderlijk de noodzaak van ondersteuning vastgesteld worden. Dat maakt het minimabeleid heel ineffici-ent en erg duur. Er is echter één uitzondering: een tegemoetkoming in de kosten van de aanvullende verzekering voor ziektekosten mag wel categoraal geregeld worden. Een aantal gemeenten heeft het minimabeleid daarop toegesneden. Er zijn polissen gemaakt die veel kosten dekken, waarop een korting in de premie is bedongen en waarin een dekking van het eigen risico (€ 375 in 2015) is voorzien. Huishoudens met een laag inkomen kunnen van de gemeente een tegemoetkoming krijgen in de premie van deze (aanvullende) ziektekosten-verzekering. Als er goede afspraken gemaakt worden met de verzekeraars brengt zo'n col-lectieve regeling weinig uitvoeringskosten met zich mee en kan alle geld besteed worden aan het ondersteunen van arme huishoudens. Gemeenten zijn ook vrij om zelf te bepalen tot welk inkomensniveau de ondersteuning wordt verstrekt (tot bijvoorbeeld 110%, 120% of 125% van het sociaal minimum).

Ondersteuning via fondsen of projecten

Voor een deel kan het gemeentelijke minimabeleid ook gestalte krijgen via particuliere fond-sen, zoals het jeugdsportfonds, het cultuurfonds of de stichting leergeld. De gemeente on-dersteunt deze fondsen en huishoudens die hiervoor in aanmerking komen kunnen een be-roep doen op ondersteuning via deze fondsen. Deze ondersteuning blijft gericht op individuen of individuele huishoudens. In aanvulling daarop kunnen vanuit het minimabeleid projecten worden opgezet om armoede en verschulding te bestrijden of te voorkómen.

Co-creatie als nieuwe route voor cliëntenparticipatie

De overdracht van taken van het Rijk naar de gemeente (de drie D's ) is in veel gemeenten aanleiding geweest voor het ontwikkelen van een nieuwe adviesstructuur in het sociaal domein. Veelal zijn daarbij afzonderlijke cliëntenraden opgegaan in een breed samengestelde WMO-raad. In de Noord-Limburgse gemeente Peel en Maas is een afwijkende koers ingeslagen. Na een stevig debat met betrokken organisaties van burgers en cliënten is inmiddels gekozen voor een scheiding van belangenbehartiging en advisering. Een eigenzinnige keuze die om nadere uitleg vraagt.

1. Uitgangspunten

In de discussies die in de gemeente Peel en Maas zijn gevoerd over de vernieuwing van de inspraak en advisering in het sociaal domein zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd:

  1. Bij de ontwikkeling van beleid en bij de evaluatie van de uitvoering ervan is de afgelopen jaren in de gemeente Peel en Maas een praktijk ontwikkeld van co-creatie. Dat wil zeggen dat het beleid tot stand wordt gebracht in samenspraak en samenwerking met vertegenwoordigers van burgers die belang hebben bij dit beleid of onderdelen ervan. Daarom wordt liever niet gesproken van 'cliënten' maar van createurs, van burgers die in dialoog met elkaar, met de gemeente en met andere instellingen als partners het beleid tot stand brengen en de uitvoering ervan ook samen ter hand nemen. Daarom wordt ook liever niet gesproken van inspraak, maar van meespraak: de raden (adviesraad WZI, seniorenraad, gehandicaptenraad), de overleggen (zorgvragersoverleg, kernteams), de betrokken instellingen en de gemeente zijn partners die samen het beleid vormen, uitvoeren en verder ontwikkelen. Deze werkwijze van co-creatie en meespraak staat model voor de 'beweging van onderop' die alom gepresenteerd wordt als een van de centrale elementen van de drie decentralisaties. Het is met name de gemeente die erop gehamerd heeft dat de nieuwe adviesstructuur moet sporen met de zelfsturing, het werken van onderop, dat in Peel en Maas al jarenlang wordt toegepast in de beleidsvoorbereiding en de beleidsuitvoering.
  2. De drie decentralisaties worden met name in gang gezet om opgetrokken muren en schotten tussen onderdelen van het sociaal leven te doorbreken. Er is sprake van een integraal beleid in het sociaal domein. Dat uitgangspunt is essentieel voor de werkwijze van het 'arrangeren': het in samenspraak met betrokkenen bepalen wat tijdelijk of blijvend nodig is voor een goede kwaliteit van leven; wat nodig is moet dan beschikbaar komen zonder gehinderd te worden door veel te strak afgeperkte regels en voorzieningen. De voorstellen die op deze wijze vanuit het veld door belanghebbenden worden opgesteld zijn de producten van co-creatie. Als daarbij middelen nodig zijn van de gemeente, kan het college of de gemeenteraad het advies vragen van een kleine adviesraad die samengesteld is uit 'integralisten'. Dat zijn personen die het hele terrein van het sociaal domein overzien en die vanuit een positie van 'afstandelijke betrokkenheid' een oordeel kunnen vellen over de mate waarin het beleid spoort met het uitgangspunt van 'heelheid' en daarmee evenwichtig en passend is voor de gemeente Peel en Maas en haar inwoners. Deze brede raad van integralisten wordt de 'Adviesraad Sociaal Domein' genoemd.
  3. De eerste twee uitgangspunten leiden tot het derde uitgangspunt en dat is de scheiding tussen enerzijds meespraak/co-creatie en anderzijds advisering. Meespraak en co-creatie liggen op het vlak van de inbreng van ervaringen, denkbeelden en belangen van achterbannen die worden vertegenwoordigd. Bij het ontwikkelen en evalueren van beleid is het uitermate wenselijk dat de belangen van alle betrokken groepen helder en scherp voor het voetlicht komen. In uiteindelijke voorstellen aan het college of de gemeenteraad moeten deze belangen ook allemaal goed en volledig worden verwoord, afzonderlijk van het uiteindelijke voorstel dat als eindconclusie geformuleerd wordt en waar het college of de gemeenteraad een oordeel over moet geven. Bij het maken van het beleid wordt inbreng geleverd door burgers, waaronder vertegenwoordigers van uitkeringsgerechtigden, van senioren, ge-handicapte en van vertegenwoordigers van zorgvragers. Zij brengen de ervaringen, denk-beelden en wensen van hun achterbannen in en in samenspraak met de gemeente en andere partners wordt dan een beleidsvoorstel ontwikkeld of een project opgezet. Dat is het proces en de fase van meespraak en co-creatie. Aan het eind van dit proces – of een keer tussendoor als dat wenselijk wordt geacht – komt pas de adviesraad van integralisten in beeld om een advies te geven over de totaliteit van het voorstel.

2. Uitwerking in een korte verordening

De uitgangspunten van de scheiding tussen meespraak en advisering zijn vertaald in een korte verordening die inmiddels met algemene stemmen door de gemeenteraad van Peel en Maas is vastgesteld. Hier volgen de belangrijkste bepalingen uit deze verordening:

  1. Door het college aangemerkte groepen die belangen hebben ten aanzien van het sociaal domein, worden in de gelegenheid gesteld om als co-createurs inbreng te leveren bij het ontwikkelen en realiseren van beleid dat betrekking heeft op dit domein alsmede bij de evaluatie hiervan. Dit geldt met name voor het beleid dat de instemming behoeft van de raad en/of het college.
  2. Het college stelt een subsidiebeleid vast, waarin de facilitering van bedoelde belangenorganisaties wordt geregeld.
  3. Om belanggroepen in staat te stellen tot co-creatie, worden ze betrokken vanaf het begin van het proces van het tot stand brengen van beleid in het sociaal domein. De belang-groepen zijn als co-createurs gerechtigd om zelf initiatieven te nemen tot het op gang brengen van een proces van beleidsvorming of beleidsevaluatie.
  4. Het college stelt een adviesraad sociaal domein in. De adviesraad heeft de taak om gevraagd en ongevraagd een advies uit te brengen aan het college over alle beleidsvoorstellen op het terrein van het sociaal domein die de instemming behoeven van het college en/of de gemeenteraad. Deze beleidsvoorstellen worden tijdig ter advisering voorgelegd aan de adviesraad, alvorens ze ter besluitvorming aangeboden worden aan de gemeenteraad en/of het college. In het opstellen van zijn advies geeft de adviesraad met name zijn oordeel over de volgende twee aspecten: de mate waarin alle hiervoor in aanmerking komende vertegenwoordigers van belanghebbenden in de gelegenheid zijn gesteld om mee te doen aan het proces van co-creatie; de mate waarin het voorgestelde beleid spoort met het uitgangspunt van integraliteit. De adviezen van de Adviesraad zijn openbaar. De adviesraad bestaat uit tenminste 7 en ten hoogste 9 onafhankelijke deskundigen die door het college worden benoemd. Een door belangenorganisaties samengestelde werkgroep wordt door het college in de gelegenheid gesteld om een procedure op te zetten en uit te voeren om geschikte kandidaten voor de Adviesraad Sociaal Domein te selecteren. De procedure behoeft de instemming van het College. De volgens deze procedure geselecteerde kandidaten worden door het college benoemd, tenzij dwingende redenen zich hiertegen verzetten. Het college zorgt voor een adequate ondersteuning van de adviesraad door het ter beschikking stellen van middelen waarmee de adviesraad zelf kan voorzien in secretariële ondersteuning,vergaderfaciliteiten en vergoeding van onkosten. Het meedoen in de Adviesraad is een vorm van vrijwilligerswerk dat niet betaald wordt.

3. Stand van zaken

In het proces van het tot stand komen van het nieuwe beleid van co-creatie en advisering zijn stevige debatten gevoerd, tussen belangengroepen en betrokken wethouder en ook tussen de belangengroepen onderling. De belangengroepen op de terreinen van welzijn en zorg zijn al jarenlang vertrouwd met het principe van zelfsturing en co-creatie: in de dorpen van Peel en Maas organiseren groepen burgers al langer dan tien jaar eigen initiatieven om voorzieningen tot stand te brengen voor dorpsgenoten. Bij de cliëntenraad op het werkterrein van de sociale dienst – in Peel en Maas heet deze Adviesraad Werk, Zorg en Inkomen – is zelfsturing minder gebruikelijk. Daar ligt het accent veel sterker op het meepraten over beleidsstukken. De cliëntenraad van de sociale dienst heeft dan ook de meeste moeite met de scheiding tussen co-creatie (belangenbehartiging) en advisering. Toch is ook deze belangengroep hiermee niet onbekend. Ze zijn jarenlang de trekker geweest van een jaarlijkse activiteitenweek rond armoedebestrijding en ze hebben de lokale voedselbank mee opgericht en uitgebouwd.
In de cliëntenraad wordt momenteel van gedachten gewisseld over hun toekomstige positie. Sommige leden vinden dat de positie van de cliëntenraad wordt uitgehold; anderen zien wel de meerwaarde van het opzetten van eigen projecten samen met burgers, maar ze weten niet goed hoe ze dat aan moeten pakken en ze willen zich ook inbreng houden wat betreft het beleid van de gemeente.
Door de gemeente is intussen het aanbod gedaan dat de betrokken belangengroepen een werkgroep kunnen vormen met een onafhankelijke begeleider om een voorstel uit te werken omtrent de facilitering van de belangenorganisaties. In deze werkgroep kan ook verder ingegaan worden op de vraag wat co-creatie kan inhouden. Naar het oordeel van de gemeente behouden de belangengroepen ook in de toekomst alle mogelijkheden om invloed uit te oefenen op het beleid. De gemeente heeft in het verleden al meermaals laten zien dat ze nieuw beleid graag ontwikkelt samen met groepen burgers die hierbij belang hebben. Nog voordat er een letter op papier staat worden gesprekken gevoerd over de inhoud van het nieuw op te stellen beleid. In dialoog komt er dan uiteindelijk een beleid dat het gezamenlijk product is van een proces van co-creatie. Daarover is geen advies meer nodig van betrokken belangengroepen, want het is mede hun product. Een advies van een onafhankelijke brede groep integralisten kan wel meerwaarde hebben, zowel voor de belangengroepen als voor de gemeente.
De werkgroep facilitering is inmiddels door de belangengroepen in het veld gevormd. En een andere werkgroep van diezelfde belangengroepen is bezig met de selectie van de integralisten voor de Adviesraad Sociaal Domein. De praktijk van de komende jaren zal duidelijk ma-ken of de scheiding tussen belangenbehartiging en advisering een positieve uitwerking heeft op ontwikkelingen in het sociaal domein.

De kracht van vertellende armoede

Er is een verschil tussen vertelde en vertellende armoede. Voor lokale groepen die de samenleving willen bewegen om armoede te bestrijden, is het belangrijk om kennis te nemen van dit onderscheid en om de kracht te ontdekken van vertellende armoede. Dat onderbouwt het belang van de verhalen over de eigen ervaringen van mensen die in een situatie van armoede verkeren.

derix-boekomslagIn zijn boek 'Testament van Terra' maakt filosoof/schrijven Govert Derix onderscheid tussen de vertelde en de vertellende natuur. De vertelde natuur is de natuur zoals die naar voren komt in het traditionele denken en doen van mensen. Veel mensen plaatsen de natuur buiten zichzelf en zien haar als een object dat bedwongen en gebruikt kan worden. De vertellende natuur is het verhaal van de natuur zelf. De natuur als subject, als het geheel waarvan de mens ook deel uitmaakt. Er is een groot verschil tussen de vertelde en de vertellende natuur. Het onderkennen van dit verschil is nodig om te komen tot een andere houding ten opzichte van de natuur en een andere verhouding tussen mensen die een deel zijn van deze levende natuur.

Tijdens de Sociale Alliantiedag die Stichting de Pijler op 31 oktober 2014 in regio Zuid organiseerde, hield Govert Derix een inleiding in de vorm van een boeiende dialoog met de meer dan 120 deelnemers.
derixDaarbij kwam de vraag aan de orde of net als bij de natuur een onderscheid gemaakt kan worden tussen vertelde en vertellende armoede: tussen het verhaal dat door professionals en wetenschappers over armoede en armen wordt verteld enerzijds en het verhaal dat armen zelf vertellen over hun geleefde werkelijkheid anderzijds. Deze vraag werd ingegeven door de ervaring dat ook de anti-armoedebeweging te veel gevangen blijft in het gangbare denken en doen ten aanzien van economie, onafhankelijkheid, zorg, tegenprestatie, samenleven, rol van de overheid.

De anti-armoedebeweging, aldus de vragensteller, dreigt steeds verder weg te zakken in de feitelijk groeiende ongelijkheden. Daarmee dreigt ze de hoop op verbetering te verliezen. Veel groepen geven de strijd tegen de verarming op, wegens gebrek aan geld en wegens gebrek aan succes. Tegelijk is aan de basis van de samenleving een ander denken en doen volop in ontwikkeling. Dat gebeurt voor een niet onbelangrijk deel vanuit situaties van armoede en onzekerheid (precariteit): (groepen) mensen die in armoede en onzekerheid verkeren moeten toch inhoud en vorm geven aan hun leven. Zij doen dat door zich te schikken in het schijnbaar/blijkbaar onvermijdelijke (de precariteit). Maar daarmee banen ze tegelijk en veelal zelfs onbedoeld ontsnappingsroutes uit het gangbare. Ze ontwikkelen van onderop, vanuit hun armoede en onzekerheid, nieuw denken en doen. Dat gebeurt bijvoorbeeld in sociale coöperaties waarin economische activiteiten worden opgezet in de wijk of in initiatieven met weggeefwinkels .

Dat is de werking van de vertellende armoede, de armoede die een nieuwe werkelijkheid, een nieuwe denkwijze, een nieuwe samenleving maakt. De vertellende armoede schept openingen vanuit het ongerijmde: in de levensverhalen van arme mensen, in hun vertellende armoede, laten mensen zien hoe ze in het omgaan met hun situatie de onredelijkheid van armoede in een rijk land beleven. Ze confronteren de samenleving met deze onredelijkheid, ze brengen ze als het ware tot leven. Daarmee geven ze tegelijk aanzetten om uit de onge-rijmdheden van armoede in een rijk land te ontsnappen. Ze doen dat niet omdat ze bezig zijn met het maatschappelijke debat over armoede zoals dat gevoerd wordt binnen hogescholen en universiteiten. Ze zijn bezig met het levende debat door in hun precaire situatie dagelijks toch levenskwaliteit te zoeken en tot stand te brengen.

Die creërende werking vanuit het banale, vanuit het alledaagse, schept kleine verrassende ontsnappingsmogelijkheden: door het streven van arme mensen om toch iets van hun leven te maken worden nieuwe levensmogelijkheden gecreëerd in allerlei kleine initiatieven dicht bij huis. Dat is de kracht van de vertellende armoede. Dat is het perspectief waar de groeiende verarming en verschulding en de toenemende (inkomens)ongelijkheden over vertellen in levensverhalen van arme mensen. Helder is dat andere, dat nieuwe, nog niet. Het is zich nu pas aan het vormen in de geleefde werkelijkheid van alledag. Maar het geeft wel hoop. Hoop op een samenleving waar iedereen de mogelijkheid heeft om mee te tellen en mee te doen.

Deel deze pagina via sociale media

logo armoede live 10jaarlater

logo initiatief nu

logo expeditie sociale cooperatie

Adres

Stimulansz
t.a.v. Ger Ramaekers / Sociale Alliantie
Postbus 2758
3500 GT Utrecht

mailadres2

Volg ons op sociale media