logo-sociale-alliantie6

Armoede en levenslessen

bild0011Onder de titel 'Armoede en levenslessen' is er in het Info-magazine voor alle inwoners van de wijk Lindenholt in Nijmegen (5e jrg. nummer 6, december 2014) een inspirerend verhaal te vinden over armoede.
Lindenholt is een wijk in het westelijk gedeelte van Nijmegen. Vanaf 1977 is het stadsdeel tot ontwikkeling gekomen. Er is veel laagbouw en veel groen. Veel koopwoningen met een prijs van rond 250.000 euro markeren de straten.

Bevlogen duizendpoot Linda van Aken

De wijk heeft een eigen magazine dat de titel draagt 'Lindenholt Leeft'. In het artikel 'Armoede en levenslessen' gaat het over de drijfveren van Linda van Aken, "een bevlogen duizendpoot met een zeer sociaal hart", zoals ze wordt omschreven. Dat hart klopt voor de grote groep asielzoekers, tienermoeders en gezinnen met een uitkering, die min of meer verborgen leven achter de voordeuren van de veelal keurige woningen aan nette straten. "Toch kom ik vaak", vertelt ze, "in huizen waar vaker geen vloerbedekking op de vloer ligt dan je zou verwachten."
Ze heeft geen officiële functie in de wijk. Ze is wel voorzitter van de Vincentiusvereniging Nijmegen. Maar dat kwam pas kort geleden op haar pad. "Ik ben erin gerold", vertelt ze, "omdat ik steeds om me heen kijk en dan de problemen die ik zie, wil aanpakken."

Heart for Lindenholt

Een van haar projecten heet 'Heart for Lindenholt' (HFL). Ik rijd met haar mee naar het plein-tje tussen een aantal flats waar haar 'lieveling' te vinden is, onderin een flat. Een winkeltje van ongeveer 20 bij 20 meter. Vol spullen: kleding, speelgoed, tv's, poppenhuizen, schoenen, sinterklaas- en kerstversierselen (afhankelijk van het seizoen), pannen, sieraden, aardewerk, die vanuit de verre omtrek bij elkaar gebracht worden en tegen een heel klein prijsje worden doorverkocht. "Onlangs ontmoette ik", vertelt ze, "een vrijwilliger die het winkeltje wilde uitbouwen en het idee had om de prijzen daarvoor wat te verhogen. Dat is niet Vincentiaans", zegt Linda beslist. Ze heeft net zo lang op hem ingepraat totdat hij dit idee losliet. Het idee achter haar winkel is niet dat er verdiend wordt met deze spullen. Het idee is om daar even te kunnen blijven hangen, koffie of thee te drinken, een verhaal te vertellen of aan te horen.

Eat & Meet

Ze is ook een van de initiatiefnemers van het project Eat & Meet in het wijkatelier Lindenholt. Het wijkatelier is een initiatief van de organisaties RIBW, Dichterbij, Driestroom, Swon, Tandem, Pluryn en de gemeente Nijmegen. In het Wijkatelier kunnen bewoners terecht voor informatie, ontmoeting en dagbesteding. In Eat & Meet werken de Christelijk Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, de Vincentiusvereniging Nijmegen, de Kerk van de Nazarener en de Agnesparochie (nu deel van de parochie H. Stefanus) samen. Iedere eerste vrijdag van de maand gaan om 18.00 uur de deuren open en kunnen de deelnemers voor een heel schap-pelijk prijsje genieten van een driegangenmaaltijd. Men is er op uit om eenzaamheid, die vaak het zusje is van armoede en ongezond eten, het andere familielid van armoede, tegen te gaan en mensen uit Lindenholt die elkaar normaal niet ontmoeten, bij elkaar te brengen.

Diaconie en parochie

wmoraad-sittard-geleenWat heb ik door mijn bezoek aan Linda van Aken in Lindenholt geleerd over diaconie en parochie?
Hulp begint met een warm hart, een warm hart van mensen die om zich heen kijken en de menselijke en sociale problemen die ze zien, willen aanpakken. Dat kun je niet leren, en dat kun je niet organiseren.
Nu zie je dat in beide voorbeelden, die uit het vrijwilligerswerk van Linda van Aken naar voren zijn gekomen, weliswaar verschillen zijn in schaalgrootte van de organisatie, maar het is zeer aannemelijk dat in beide gevallen veel mensen met een warm hart bij het project betrokken zijn. Is er dan sprake van diaconie?
Linda van Aken heeft in ons gesprek verschillende keren benadrukt dat noch op het project Heart for Lindenholt, noch op het project Eat and Meet etiketten dienen te worden geplakt die kerkelijk of religieus zijn. Dat maakt mensen schichtig. Toch komt ze er desgewenst rond voor uit dat zowel de winkel in zo'n kader staat ("Vincentiaans!") als de maaltijd (deelname van vier kerkelijke 'partijen' aan het initiatief). En vanuit haar persoonlijke geschiedenis heeft ze zelf ook feeling met deze achtergrond.
In wijken zoals Lindenholt vinden dus projecten plaats die in het kader van de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) gericht zijn op gemeenschapsvorming, steun en ondersteuning en waaraan ook kerkelijke gemeenschappen en organisaties met een religieuze voorgeschiedenis deelnemen. Is dat nu diaconie? Ik ben het met Linda van Aken eens dat zo'n etiket er niet toe doet en soms meer bezwaren heeft dan voordelen.

Participatie door kerken

Maar de vraag is toch interessant voor kerkelijke gemeenschappen en organisaties met een christelijke achtergrond die aan zulke projecten deelnemen. Want daardoor aanvaarden ze een rol in een seculiere samenleving die twee dingen tegelijk zegt, voor die kerkelijke gemeenschappen dan. Op de eerste plaats drukken ze uit dat zij als kerkelijke gemeenschap-pen belangrijke aspecten hun eigen christelijke identiteit in een volledig seculier kader kunnen en willen realiseren. Hun identiteit is niet strijdig met dit seculier verband maar is daarmee congruent ofwel overeenstemmend in denken, voelen en spreken.
Op de tweede plaats drukken ze uit dat ze vanuit hun identiteit zonder voorbehoud willen bijdragen aan deze seculiere projecten en aan de doelen die ermee worden nagestreefd. In een burgerlijke samenleving zoals deze hier bij ons bestaat, is menselijke betrokkenheid op elkaar een belangrijk doel dat als het ware smeerolie verschaft aan ons samenleven.

Toine van den Hoogen, oud hoogleraar systematische theologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, bestuurder van Vincentiusvereniging Nijmegen

www.vincentiusvereniging.nl
www.vincentiusnijmegen.nl

Met ingang van 1 januari 2015 is de wereld veranderd!

adviescommissie-wmoraadDe nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) houdt de gemoederen al geruime tijd bezig. Kranten, opiniebladen en tijdschriften hebben het afgelopen jaar bol gestaan van berichtgeving over de veranderingen die de Wmo 2015 met zich meebrengt.

In menig actualiteitenprogramma is in de afgelopen maanden uitvoerig gesproken over deze veranderingen. Als je alle berichten zou moeten geloven zou de wereld met ingang van 1 januari drastisch veranderd zijn. Maar voor de meeste mensen is het leven gewoon verder gegaan. Zeker als je nu nog geen zorg nodig hebt, zul je weinig merken van alle veranderingen. En mogelijk vraag je je af waar al die commotie nodig voor is.

Veranderingen

Toch is per januari 2015 op de terreinen van zorg en jeugdhulp, werk en inkomen heel veel veranderd. Gemeenten zijn nu verantwoordelijk voor veel taken. Taken die tot 1 januari voor een groot deel bij het Rijk, de provincie of de zorgverzekeraars behoorden zijn nu overgedragen aan de gemeenten. Vervolgens moeten de gemeenten deze taken ook nog eens met minder geld uitvoeren. Doel van deze grote operatie is dat de gemeente, door zorg en begeleiding anders te gaan organiseren, iedereen die hulp aanbiedt die hij of zij nodig heeft, en al doende ook bezuinigt op de totale zorgkosten. Gemeenten gaan daarbij uit van het principe 'doen wat nodig is'. Daarom krijgt niet elke inwoner met een vergelijkbaar probleem ook de-zelfde ondersteuning. De vraag is niet meer 'Waar heb ik recht op?', maar 'Wat heb ik nodig?'. Zo ontstaat een fundamentele andere insteek in het verlenen van zorg.

Wmo-raad

Het Diaconaal Platform Sittard-Geleen is een overkoepelend orgaan waarin de gezamenlijke kerken hun diaconale werk ondergebracht hebben. Binnen dit platform hebben we de veranderingen steeds besproken en m.n. ook gekeken welke gevolgen deze mogelijk kunnen hebben voor de doelgroep waar we vanuit de kerken en zeker vanuit diaconale projecten voor staan. Vanuit dit Diaconaal Platform zit ik in de Wmo-raad. In de aanloop naar begin 2015 maakte ik ook deel uit van een visie- en structuurcommissie die m.n. over de toekomst nadacht.
De Wmo-raad heeft in het afgelopen jaar intensief gesproken over al de veranderingen. Ambtelijke notities zijn bestudeerd en van commentaar voorzien. Bij deze klus leidden de belangen van de verschillende deelnemers aan de Wmo-raad tot tegenstellingen en onbegrip en tot felle discussies.

Rol voor de kerken

Het inloophuis bieZefke, een huiskamer voor dak- en thuisloze, heeft op enig moment een gezamenlijke toekomstvisie geschreven. Ze hebben in eerste instantie in beeld gebracht wat er gebeurt met mensen die zorg nodig hebben als in 2015 en 2016 de zorg drastisch verandert. Daarbij gaat het niet alleen om de gasten in het inloophuis, en om mensen die vanuit andere diaconale organisaties bezoek krijgen, begeleid en ondersteund worden, maar ook om de vele vrijwilligers. Belangrijkste vraag blijft 'Wat is er nodig, wie kan dat bieden en hoe gaat dat in zijn werk?'. Wat is daarin de rol/positie van een inloophuis als bieZefke en/of een andere diaconale organisatie of kerken in de gemeente Sittard-Geleen?
Deze diaconale organisaties hebben een belangrijke signaleringsfunctie voor mensen die, nu en in de toekomst, buiten de boot dreigen te vallen. Vanuit diaconale projecten kan vaak gericht aangeven worden hoe dat komt. En wat daar aan te doen is. Voor een lokale gemeente kan dat zeer belangrijke informatie zijn. Gemeenten hebben immers een zorgplicht naar mensen toe. Kerken kunnen helpen bij het invullen daarvan. Het betekent ook dat wij als diaconale organisaties met gemeente en lokale maatschappelijke organisaties goed om ter tafel moeten zitten. We hebben een goed en inhoudelijk sterk verhaal te vertellen, waar kwetsbare mensen alleen maar belang bij hebben.
Vervolgens constateerden we dat deze diaconale plekken voor mensen vaak een laatste strohalm zijn en hen een thuisgevoel geven. Een plek waar ze mogen zijn wie ze zijn. Waar ze even tot rust kunnen komen en aan niks hoeven te denken. Op deze plekken en mede ook door de aandacht kan nieuw perspectief ontstaan. Maar het zijn ook plekken waar mensen kunnen ontdekken dat ze nog steeds van betekenis zijn in een samenleving die zo sterk geïndividualiseerd is. Dat geldt zeker voor veel vrijwilligers. We merken vaak dat vrijwilligers in eerste instantie met veel angst en beven aan een (diaconale) taak beginnen. Gaandeweg ontdekken ze hoe belangrijk zij zijn voor de ander, maar ze ontdekken ook wat ze zelf in huis hebben.

Vindplaatsen

Zo zijn diaconale initiatieven en inloophuizen vaak unieke vindplaatsen, voor gasten én voor vrijwilligers. Het zijn plekken waar mensen terecht kunnen met hun vragen en hun zorgen. Zonder afspraak, zonder voorwaarden vooraf. Dat is ontzettend belangrijk, zeker met de veranderingen in de zorg wordt dat mogelijk nog belangrijker.
Diaconale plekken en inloophuizen zijn een belangrijke vindplaats waar signalen opgevangen kunnen worden. Waar mensen gericht op weg geholpen kunnen worden op zo een oplossing te vinden voor hun problemen en vragen. Belangrijk daarbij is wel dat deze diaconale plekken zeer zorgvuldig omspringen met de privacy van mensen. Het zijn niet de diaconale werkers en vrijwilligers die gegevens moeten aanreiken, maar de mensen moeten zelf hun verhaal bij de hulpverleners doen. Daarbij kan ondersteuning vanuit een diaconaal project ontzettend belangrijk zijn.
Daarom is het belangrijk dat deze lokale diaconale plekken en inloophuizen een goed overzicht hebben over de lokale sociaal-maatschappelijke organisaties. We kunnen zo een spil zijn in het grote lokale netwerk en in het leefbaar houden van de samenleving.

Ervaring

Ervaring in de Westelijke Mijnstreek leert inmiddels dat de gemeente signalen die vanuit de diaconale organisaties aangereikt worden, zeer serieus neemt. Vaak wordt de medewerker van BieZefke uitgenodigd bij een overleg van het Veiligheidshuis voor een moeilijke casus-bespreking. Regelmatig komt het dan voor dat de medewerker meer van de situatie af weet dan de professionals. Dan is het van belang om zorgvuldig met het geschonken vertrouwen van mensen om te gaan. Vertrouwen komt immers te voet en gaat te paard!
De Wmo-raad Sittard-Geleen heeft momenteel in beraad welke rol en taak zij in de komende tijd heeft. Vanuit de advies- en structuurcommissie hebben we een advies voorgelegd. Medio maart zal helder zijn hoe de Wmo-raad in de komende jaren haar taak en werk ziet.

www.wmoraad-sittardgeleen.nl

Hub Vossen, stafmedewerker Dienst Kerk en Samenleving en Aalmoezenier van Sociale Werken in het bisdom Roermond

Noaberhuus als model van participatie samenleven

noaberhuusDe kleinschalige leefomgeving in het dorp vinden we prettig en veilig. We zien als noabers de anderen wel en helpen waar dat nodig is. Sommige mensen onttrekken zich echter aan de aandacht van de mensen in hun omgeving. Ze kozen er misschien zelf voor of ze kregen door hun anders-zijn een wat meer geïsoleerde positie. Hoe worden we een gemeenschap waarin iedereen de aandacht en hulp krijgt die nodig is?

Mensen met problemen rond hun inkomen weten nauwelijks van het bestaan van een Cliëntenraad WWB en herkennen niet de mogelijkheid daar hulp te halen voor hun probleem met gemeente of uitkering. Kerken willen indien nodig wel iemand bezoeken, maar wie heeft daar behoefte aan? We weten van de eenzaamheid van mensen, maar hoe komen we in contact? Zo zijn er vele organisaties die zoeken naar mogelijkheden om meer en beter met hun doel-groep in contact te komen. Dat zijn signalen: mensen hebben vragen en problemen, maar kloppen daarmee niet zomaar aan.

Plan tot nieuwe gemeenschapscentra

Enkele lokale werkgroepen komen met elkaar in gesprek rond de vraag: 'Als het ons niet lukt zelf een inloopvoorziening te realiseren voor onze achterban, lukt dat ons dan samen wel?' Deze vraag wordt verder uitgewerkt en onder begeleiding van het KCWO tot een nieuw plan van aanpak ontwikkeld. Vanuit een breed platform van lokale vrijwilligersorganisaties gaan we open aanloop of inloopgelegenheden aanbieden op meerdere, eventueel ook wisselende locaties die overdag niet gebruikt worden, wel beschikbaar zijn, zonder investeringen al ge-schikt zijn en waarin gastvrijheid wordt aangeboden door vrijwilligers.
Onder leiding van een Stuurgroep (met vertegenwoordigers van de belangrijkste dragers) werden ruimten gezocht en vrijwilligers geworven. Daarbij viel het oog op een Kulturhuus (maar dat bleek te duur), op kerkcentra (die liggen soms niet centraal genoeg), op een leeg bankgebouw (samen met een centrum voor dagopvang tijdelijk in bruikleen gekregen) en op andere leegstaande panden in het winkelcentrum. Daarbij is samenwerking mogelijk gebleken met een centrum voor dagopvang voor gehandicapten en met de bibliotheek. De mogelijkheid blijkt sterk afhankelijk te zijn van de lokale mensen, motivatie, ideeën en gebouwen. Zo is het initiatief Noaberhuus tot stand komen. Dragers hiervan zijn onder meer Stichting Welzijn Olst/Wijhe, Cliëntenraad WWB, Platform Informele Zorg, Gemeente en Ke-Sa/Diaconie van de RK Kerk en PKN in Olst en Wijhe.

Op weg naar een Noaberhuus

In de loop van 2014 is gestart op meerdere locaties in Olst en Wijhe. Het resultaat is een originele lokale aanpak met resultaten op verschillende fronten. Elke ruimte heeft eigen mo-gelijkheden en beperkingen. Deze worden ingegeven door de ruimte zelf en door de beleving van de bezoekers en degenen die er niet komen: waar(bij) voel jij je thuis of juist niet thuis?
Het begin is altijd de open inloop. Er wordt reclame gemaakt met onder meer flyers die overal worden neergelegd en koffiebonnen die uitgedeeld worden op de markt. En regelmatige korte stukje in een huis-aan-huisblad.

Een dochter komt binnen met haar moeder en samen drinken ze een kop koffie. De gastheer knoopt een gesprek aan en maakt zo verbinding. Een week later loopt de moeder alleen binnen en wordt dan weer gastvrij onthaald.

Daarnaast worden er in overleg met de gasten ook laagdrempelige activiteiten aangeboden zoals de mogelijkheid tot een spelletje (ook om dit leren), het maken van sieraden en een workshop 'kleur en persoon': wat past bij mij? Daarnaast komen er activiteiten tot stand met een permanent karakter op een vast dagdeel: zoals een Tabletcafé en een Repaircafé.
De activiteiten worden aangeboden in samenwerking met andere organisaties die ervaring en specifieke kennis van dat terrein hebben. Inmiddels is er ook een breicafé, een biljartgroep en een voorleesgroep van start gegaan.

Een mevrouw die nogal slecht ziet geeft aan dat ze graag voorgelezen wordt uit de krant en andere lokale media. Het idee van een 'voorleescafé' wordt geboren. Er wordt een vrijwilliger gevonden die eens in de week gaat voorlezen uit de samen gekozen bladen. Soms ontstaat over de tekst een levendig gesprek.

En de bestaande wandelgroep heeft haar startpunt verlegd. In de Kerstvakantie was er een brunch voor alleenstaande ouders met hun kinderen. Het werd een hele gezellige bijeenkomst waarbij de burgemeester ook even aanschoof. Er werd lekker gegeten, gepraat, gespeeld en naar muziek geluisterd. Ook werden er presentjes uitgereikt en kregen alle aanwezigen de mogelijkheid een gratis kledingset uit te zoeken bij de lokale kledingbank.

Actieve rol van vrijwilligers

wpHet Noaberhuus wordt gebouwd door vrijwilligers. Zij geven het vorm door hun gastvrijheid en aandacht. Ze zijn vaardig in de ontvangst en het scheppen van een goede sfeer: hun houding is bepalend voor het noaberschap. Bijvoorbeeld door terughoudend te blijven in een gesprek zodat de gast kan vertellen wat er aan de hand is. Met open vragen ruimte maken voor dat verhaal. Dan komt er misschien een thema of vraag naar voren. De vrijwilliger kan dan nagaan of de betrokkene er mee uit de voeten kan of misschien een steuntje in de rug nodig heeft.
Dat betekent wel dat er af en toe een korte training wordt aangeboden. Zoals over de veranderingen in de verschillende wetten en regels. Niet om alles te weten maar om duidelijk te maken dat concrete hulp op deze ingewikkelde terreinen niet door vrijwilligers gegeven kan worden. Het is heel belangrijk, en al moeilijk genoeg, te helpen de weg te vinden naar degene die wel de goede hulp kan verlenen.
En er is een training over het luisteren naar en vertellen van verhalen. Naar een mooi verhaal maar ook met je eigen levensverhaal. Daarmee bevorderen we de aandacht voor je eigen verhaal en dat van de ander.

Het Noaberhuus is tot stand komen doordat van enkele kanten ondersteuning is gekomen. Daardoor konden wij als KCWO er voldoende tijd in stoppen. Juist door externe begeleiding konden de randvoorwaarden worden gerealiseerd: soms moet je dan wel even tussen de lokale belangen (klippen) door zeilen. Na de voorbereidingsperiode gaan vrijwilligers het Noaberhuus zelf beheren. Daarbij worden ze ondersteund 'op afstand' door medewerkers van de lokale welzijnsinstelling.

Het KCWO stimuleert maatschappelijke inzet: mensen die zich als naaste in (willen) zetten voor mensen in hun omgeving die aandacht of een specifieke impuls nodig hebben. Dit mondt uit in diverse projecten en activiteiten. De kern hiervan is aandacht en inzet voor de naaste.
www.kcwo.nl

Eddy Oude Wesselink, coördinator KCWO maatschappelijk activeringswerk

Cordaid Nederland ondersteunt sociale coöperaties

In deze economische zware tijden, waarin de overheid zich meer en meer terugtrekt en op tal van voorzieningen bezuinigd wordt, zijn nieuwe oplossingsrichtingen nodig om sociale uitsluitingen en verarming terug te dringen.
Cordaid helpt mensen in Nederland met lage inkomens die hun ambacht, talent of passie willen inzetten om samen te ondernemen in een coöperatie of een vergelijkbaar samenwerkingsverband. Zij verhogen zo hun inkomsten of verlagen hun kosten. Bovendien dragen zij samen bij aan de leefbaarheid in hun wijk of stad. Cordaid ondersteunt deze initiatieven met kennis en coaching, toegang tot expertise, netwerken en indien nodig financiering. Cordaid doet dit sinds 2013 samen met partners uit het bedrijfsleven en de (lokale) samenleving.

Uiteenlopende initiatieven

Sinds de start in 2013 van het programma voor startende coöperaties ondersteunt Cordaid uiteenlopende initiatieven. De diversiteit onder de coöperaties is groot. In Breda vormt een aantal bewoners van de wijk Geeren-Zuid de coöperatie ONS Coöperatief. Samen beheren zij een buurthuis en bieden verschillende diensten aan, zoals een wijkrestaurant, kookwork-shops en is er catering. Monique van Winkel van woonstichting AlleenWonen: "Samen met de bewoners waren we bezig met de uitwerking van deze plannen maar het bleek lastig om dat concreet van de grond te krijgen. Cordaid heeft een impuls gegeven door mensen in te schakelen die ons geholpen hebben met het opstellen van een business plan en bij het op-richten van de coöperatie. Hierdoor hebben wij Ons Coöperatief versneld kunnen starten en zijn de deelnemers met veel enthousiasme aan de slag gegaan." ONS restaurant, onderdeel van ONS coöperatief wordt vanaf de opening druk bezocht door mensen uit de buurt. Je kunt er terecht voor bijzondere internationale gerechten, een lunch of een kopje koffie. Op de website van ONS coöperatief www.onsingeeren-zuid.nl leest u het laatste nieuws en meer over de verschillende activiteiten in het buurthuis.

Bezoek staatssecretaris Klijnsma

klijnsma-bredaOp 17 oktober 2014, de Dag van de Armoede, bracht staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) op uitnodiging van Cordaid een bezoek aan drie coöperaties in Breda, die met ondersteuning vanuit Cordaid zijn opgericht. "We hebben kunnen laten zien hoe deelnemers binnen een coöperatie hun talenten kunnen gebruiken en zich verder kunnen ontwikkelen om weer aan het werk te gaan." De staatssecretaris bezocht de coöperaties ONS Land (stadslandbouwcoöperatie), ONS Coöperatief (coöperatief wijkrestaurant en kledingatelier), en De Vrije Uitloop (coöperatie van scharrelondernemers). Staatssecretaris Klijnsma was onder de indruk van het enthousiasme, de dynamiek en het effect van het werk dat deze coöperaties doen voor de deelnemers. "Deze coöperaties laten mensen opbloeien", aldus Klijnsma.

De Vrije Uitloop

Elke donderdag komen de scharrelondernemers van coöperatie de Vrije Uitloop in Breda bij elkaar. Dan bespreken ze hoe de zaken ervoor staan en hoe het gaat met hun bedrijfjes. Leden van de coöperatie nemen hun toekomst in eigen hand en voelen zich weer waardevol.
Scharrelondernemers bouwen met behoud van hun bijstandsuitkering binnen de coöperatie hun eigen bedrijfjes op. Ze gaan de boer op met hun product, variërend van bijenkast tot textiel, of dienst, coaching of tuinonderhoud. Ze draaien omzet. Maar nog belangrijker, ze nemen hun toekomst in eigen hand en voelen zich weer waardevol. Ze creëren voor zichzelf de ruimte, om zelf en samen met elkaar stappen te zetten en te groeien. Marije, die eigen schilderwerken verkoopt, verwoordt het zo: "In de bijstand mag je niets, die houdt je klein. Bij de scharrels mag je je vleugels uitslaan. Dankzij de coöperatie kan ik investeren in mezelf in plaats van te bezuinigen op eten." Haar lidmaatschap van de Vrije Uitloop stelde haar in staat om schildermateriaal aan te schaffen. En met steun van de anderen in de groep bouwt ze haar bedrijfje op.

Puur Lokaal

Puur Lokaal is een voedselcoöperatie die met steun van Cordaid in Nederland haar eerste winkel, een versmarkt, heeft geopend in Het Dorp in Arnhem eind 2014. Zo'n 25 boeren uit de regio hebben hun krachten gebundeld om verse producten direct van het land aan Puur lokaal te leveren. Door de tussenhandel uit te schakelen, kan Puur Lokaal deze producten rechtstreeks aan de consument verkopen voor een aantrekkelijke prijs. Zo kunnen ook mensen een kleine beurs gezond en lokaal geproduceerd voedsel kopen. Met dit concept maakt Puur Lokaal zich sterk voor eerlijke prijzen voor boer én consument. In Puur Lokaal lopen het kopen van (streek)producten, eten, proeven en beleven, leren en werken, sociale participatie en ontmoeten en verbinden in elkaar over. Puur Lokaal biedt bovendien een aantal leer- en werkplekken voor bewoners en cliënten van o.a. zorgstichting Siza voor mensen met een handicap.
Puur Lokaal is anders dan een gangbare supermarkt. Dagelijks worden de producten rechtstreeks door lokale boeren geleverd. Hierdoor zijn er weinig voedselkilometers en wordt de versheid van de producten gegarandeerd. Puur Lokaal verkoopt bovendien groenten met een 'vlekje' om verspilling tegen te gaan en maakt zo weinig mogelijk gebruik van verpakkingen. Verder is Puur Lokaal een coöperatie waar mensen lid van kunnen worden. Leden betalen € 25 en krijgen hiervoor onder meer korting op hun boodschappen. Deze kunnen zij zelf gebruiken, of beschikbaar stellen voor mensen met een inkomen rond het sociaal minimum. Een bezoek aan de winkel is zeker de moeite waard.
U kunt zich inschrijven op de website www.puurlokaal.nl voor de nieuwsbrief.

De Buurtmoeders

buurtmedersIn Amsterdam zijn de Amsterdamse Buurtmoeders Cateringcoöperatie (ABC Coöperatie) actief. Deze coöperatie bestaat uit moeders uit Amsterdamse wijken die samen cateringopdrachten uitvoeren voor buurtbewoners, lokale overheden, scholen of bedrijven. De coöperatie is een initiatief van drie multiculturele vriendinnen.. Zij hebben alle drie een goede opleiding en interessante baan, maar kwamen in hun eigen omgeving veel vrouwen tegen die geen werk of inkomen hebben, maar wel veel talent.
Initiatiefneemster Nabila legt uit: "We zagen dat al deze vrouwen heel goed kunnen koken. Dit is dan ook het idee achter Buurtmoeders. Wij halen de cateringopdrachten binnen, coachen en ondersteunen bij de administratie. De moeders koken thuis en zorgen ervoor dat de lunch, het diner of de hapjes op het juiste adres worden afgeleverd."

Coöperatief ondernemen is pionieren, iets nieuws starten, ontdekken. Bent u zelf bezig met of kent u ook een lokaal initiatief dat zich via coöperatief ondernemerschap wil inzetten voor mensen met lage inkomens? Heeft dit initiatief support nodig? Laat het Cordaid weten. Wellicht kan Cordaid iets betekenen, mogelijk samen met u.
https://www.cordaid.org/nl/themas/cordaid-in-nederland/

Dionne Dinkhuijsen, medewerker communicatie Cordaid

Thema: Lokale aanpak

Het centrale thema van de nieuwsbrief van december 2014 is 'Lokale aanpak'. Welke ontwikkelingen in het lokaal sociaal beleid zijn van belang voor de anti-armoedebeweging en hoe kan daarop worden ingespeeld? Deze vraag wordt beantwoord in een vijftal bijdragen.

De kracht van vertellende armoede

Er is een verschil tussen vertelde en vertellende armoede. Voor lokale groepen die de samenleving willen bewegen om armoede te bestrijden, is het belangrijk om kennis te nemen van dit onderscheid en om de kracht te ontdekken van vertellende armoede. Dat onderbouwt het belang van de verhalen over de eigen ervaringen van mensen die in een situatie van armoede verkeren.

Klik hier om er meer over te lezen.

Van verzorgingsstaat naar zelfzorgende straat

Alle gemeenten zijn druk in de weer met de hervorming van het sociaal domein: het rijk draagt taken over aan de gemeenten; die staan het dichtst bij de burgers en hebben de meeste kans om van hen gedaan te krijgen dat zij meer verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen leven en hun eigen omgeving. De verzorgingsstaat wordt veranderd in een zelfzorgende straat. Wellicht biedt dat mogelijkheden om een aantal tekortkomingen van de verzorgingsstaat te ondervangen.

Klik hier om er meer over te lezen.

Co-creatie als nieuwe route voor cliëntenparticipatie

De overdracht van taken van het Rijk naar de gemeente (de drie D’s ) is in veel gemeenten aanleiding geweest voor het ontwikkelen van een nieuwe adviesstructuur in het sociaal domein. Veelal zijn daarbij afzonderlijke cliëntenraden opgegaan in een breed samengestelde WMO-raad. In de Noord-Limburgse gemeente Peel en Maas is een afwijkende koers ingeslagen. Na een stevig debat met betrokken organisaties van burgers en cliënten is inmiddels gekozen voor een scheiding van belangenbehartiging en advisering. Een eigenzinnige keuze die om nadere uitleg vraagt.

Klik hier om er meer over te lezen.

Collectivering van het minimabeleid

Het kabinet maakt het gemeenten moeilijker om met weinig uitvoeringskosten huishoudens met de allerlaagste inkomens enige steun te geven via categoriale bijstand. Een collectivering van het minimabeleid biedt nieuwe mogelijkheden.

Klik hier om er meer over te lezen.

Voorstellen voor beter lokaal sociaal beleid

Op basis van analyses van ontwikkelingen in het lokaal sociaal domein zal de Sociale Alliantie in 2015 een brief aan de gemeenteraden sturen, met daarin een aantal concrete voorstellen voor verbetering van het lokale beleid. Die brief wordt opgesteld met anti-armoedegroepen aan de basis van de samenleving en bevat ervaringen van mensen die moeten leven in situaties van armoede en uitsluiting. De brief wordt verstuurd in april/mei, opdat de voorstellen door de gemeenteraad besproken kunnen worden tijdens de beraadslagingen over de begroting van het jaar 2016.

Lokale groepen die mee willen helpen met het opstellen van deze brief worden verzocht zich te melden bij het secretariaat van de Sociale Alliantie: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of 06- 12842312.

Zie ook het werkplan 'Aanpak 2015', van de Sociale Alliantie >

Vragen die gemeenteraadsleden kunnen stellen aan hun college

Ieder raadslid kan vragen stellen aan het college. Dat zijn zogenaamde artikel 38 vragen. Het college moet deze in de regel binnen 6 weken beantwoorden. Vanuit de Sociale Alliantie is een aantal vragen aan te reiken die raadsleden zouden kunnen stellen aan het college, betreffende vier onderwerpen die basisbewegingen rond arbeid en inkomen in beeld brengt, met elkaar verbindt en verbreedt.
Maak er gebruik van in uw gemeente. Spoor raadsleden aan deze vragen te stellen.

Klik hier om de vragen te bekijken.

Deel deze pagina via sociale media

logo armoede live 10jaarlater

logo initiatief nu

logo expeditie sociale cooperatie

Adres

Stimulansz
t.a.v. Ger Ramaekers / Sociale Alliantie
Postbus 2758
3500 GT Utrecht

mailadres2

Volg ons op sociale media