logo-sociale-alliantie6

Armoede en Sociale Uitsluiting

Jaarboek 2014 Vlaanderen

jaarboek

Jaarlijks publiceert het Centrum Ongelijkheid, Armoede, Sociale Uitsluiting en de Stad (OASeS) van de Universiteit van Antwerpen een jaarboek waarin het een overzicht geeft van de ontwikkelingen op het terrein van armoede en sociale uitsluiting in Vlaanderen en in mindere mate België en Wallonië. Eind december 2014 verscheen het 23ste jaarboek.

De jaarboeken kenmerken zich door een eigen beargumenteerde visie op armoede, namelijk dat armoede vooral structurele oorzaken heeft en dat het gevoerde politieke beleid van belang is voor armoedebestrijding. Voorts vinden we er een consequente aandacht in voor de leefwereld van armen zelf. De jaarboeken kennen een vast stramien: we vinden er een schets van de ontwikkelingen wat betreft armoede in haar algemeenheid en op deelterreinen als sociale zekerheid en inkomen, werkgelegenheid volkshuisvesting, volksgezondheid, onderwijs en nog andere sectoren. Voorts is er aandacht voor specifieke groepen zoals kinderen en personen van buitenlandse herkomst. Daarbij komen ook actuele ontwikkelingen als schuldenproblematiek en voedselbanken aan de orde. In het laatste deel vinden we altijd een grote hoeveelheid statistische gegevens gegeven over de genoemde onderwerpen ('Armoede ontcijferd'). Elk jaarboek, ook dit jaarboek dus, bevat daarmee steeds weer een schat aan kwantitatieve en kwalitatieve gegevens.

 

Armoedecijfers

In het rapport van 2014 worden ook veel cijfers over armoede en uitsluiting in Vlaanderen gegeven. Speciale aandacht is er over de vraag hoe inkomensarmoede over meerdere generaties speelt. De auteurs brengen ook nieuwe analyses over 'multidimensionele' armoede. Ook kinderarmoede komt aan bod. Verder presenteert het Jaarboek de nieuwe resultaten over ongelijkheid in het onderwijs en analyseert het de impact van de hervormingen in de werkloosheidsverzekering. Het vraagt aandacht voor discriminatie op de private huurmarkt en onderzoekt sociale ongelijkheden in de preventieve gezondheidszorg. Ook de problematiek van schuldenoverlast wordt belicht. Het boek sluit af met een uitgebreid overzicht van de recentste statistieken over armoede en sociale uitsluiting.
Nog enkele conclusies uit het rapport, in dit verband:

  • Uitkeringen van mensen doen zakken tot ver onder de armoedegrens helpt hen niet aan een job. Integendeel, ze belanden nog dieper in de put. De versnelde afbouw van werkloosheidsuitkeringen creëert armoede in plaats van tewerkstelling. Het probleem is vooral dat er niet voldoende banen zijn.
  • De kindertijd mag niet onderschat worden als risicofactor voor armoede. Wie opgroeit in armoede, heeft later zelf meer kans op armoede: 26% van de Belgen tussen 25 en 59 jaar die opgroeiden in een gezin met een (zeer) slechte financiële situatie, is arm, tegenover slechts 8% van de respondenten die opgroeiden in een gezin met een (zeer) goede financiële situatie. Deze resultaten betekenen dat een individu geen onbeschreven blad is dat zelf ten volle verantwoordelijk is voor zijn of haar sociale positie. Deze bevinding zou de toenemende focus op het individuele schuldmodel moeten temperen.

Armoedebeleid en duurzame ontwikkeling

Naast de bovengenoemde onderdelen wordt een onderwerp altijd uitvoeriger behandeld. Dit keer is dat de verhouding tussen armoedebeleid en duurzame ontwikkeling. Het was de door de Verenigde Naties ingestelde Wereldcommissie voor Milieu en Ontwikkeling (naar haar voorzitter Brundtland-commissie genoemd) die in 1987 duurzame ontwikkeling omschreef als 'ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties in gevaar te brengen om in hun behoeften te voorzien.' Sindsdien is duurzaamheid niet meer weg te denken in de discussies en het beleid over milieu en armoede. Er worden echter wel heel verschillende invullingen aan gegeven. Daarbij is steeds de verhouding in het geding tussen economisch, sociaal en milieubeleid. In enige artikelen worden de discussies over deze invulling in het beleid en in de discussies op wereld, Europees, Belgisch en Vlaams niveau helder weergegeven. Het jaarboek laat tevens zien dat de verhouding tussen armoede en duurzaamheid op verschillende manieren aan de orde is.

Allereerst is daar het thema van de 'milieuongelijkheid'. Er is sprake van een dubbele milieuongelijkheid omdat armen meer dan andere sociaaleconomische groepen bloot staan aan milieuvervuiling (bijvoorbeeld doordat zij minder in het groen wonen en dichter bij de industrie en snelwegen). Ten tweede omdat zij gezien hun slechtere gezondheidssituatie in het algemeen meer gevoelig zijn voor schadelijke stoffen. Dit was aanleiding voor het ontstaan in Amerika voor de 'Environmental Justice Movement'. In het Jaarboek komt de milieuongelijkheid onder meer aan de orde in een artikel waarin onderzoek naar blootstelling aan milieuvervuilende stoffen bij buurtbewoners van industriezones behandeld wordt.

Een tweede thema is dat van de 'energiearmoede', een thema dat in het armoededebat in Vlaanderen veel prominenter aan de orde is dan in Nederland. Hierbij valt te denken aan een relatief hoog percentage van het inkomen dat armen aan energielasten betalen, bijvoorbeeld doordat de huizen letterlijk vol gaten en kieren zitten. Dat kan tot betalingsachterstanden leiden en tot afsluitingen. Mede onder druk van de anti-armoedebeweging is er in Vlaanderen een regeling in deze die armen enigszins ontziet, vooral in de winterperiode. Een ander aspect van energiearmoede kan zijn het minder verwarmen van de woning. Dat tast natuurlijk de leefkwaliteit aan. Hier treedt een spanning op als men uit sociaal oogpunt huishoudens meer energie wil laten gebruiken, terwijl uit milieuoverwegingen energiebesparing wenselijk is. Daarom is een beleid gericht op energiebesparende maatregelen nodig, zoals het isoleren van huizen, zuinige verlichting en nog meer. Om daar een suggestie mijnerzijds aan toe te voegen: laten we mensen in armoedesituaties voorzien van winddelen (deelname aan coöperaties die windmolens beheren). Een volgend onderwerp betreft het opleggen van heffingen, zoals een CO2-tax. Ook hier is een gericht beleid onontbeerlijk om te voorkomen dat de energiearmoede onder armen toeneemt. Als laatste punt uit het Jaarboek noem ik de stadsinitiatieven. Voorbeelden zijn het organiseren van ruilhandel, van vrijwilligerswerk om kansarme gezinnen te ondersteunen (bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding), hergebruik van goederen, verbouw van voedsel (beheren van biologische tuintjes of een boerderij), bevorderen van fietsverkeer, gezamenlijk materiaal inkopen en zo worden er nog meer voorbeelden genoemd. Duidelijk wordt dat dergelijke initiatieven bijdragen aan de verbetering van de leefsituatie, maar dat participatie van armen zelf belangrijk is (co-creatie en mede-eigenaarschap) en dat dergelijke initiatieven wel een goede aanvulling maar geen vervanging vormen van een goed sociaal beleid, zoals herverdeling.

Conclusies

Ik kom tot de volgende gevolgtrekkingen. Voor de milieu- en anti-armoedebeweging liggen er verschillende mogelijkheden tot samenwerking:

  • Hoe kunnen we in de noodzakelijke omslag naar een andere economie armoedebestrijding en verbetering van het milieu combineren? Te denken valt aan het scheppen van kwaliteitsvolle arbeid ook voor laag- en ongeschoolden op het gebied van milieu, energiebesparing en dienstverlening.
  • Het ontwikkelen van initiatieven op lokaal niveau die ook de leefsituatie van mensen in armoede verbetert. Participatie van hen is daarbij noodzakelijk.
  • Het scheppen van win-winsituaties, zoals het isoleren van huizen.
  • Het compenseren van mensen in armoedesituaties als zij getroffen worden door milieumaatregelen, zoals bijvoorbeeld heffingen.

Bij dat alles moet gezocht worden naar het verbinden van een gericht macro-economisch beleid met initiatieven van onderop, zoals de stadsinitiatieven. Daarbij blijft bij alle burgerinitiatieven de rol van de overheid van groot belang, ondersteunend en faciliterend en soms kaderstellend.

Herman Noordegraaf

Verder lezen, kijken en bestellen

Klik hier om een uitgebreider bespreking van de publicatie te lezen.
jaarboek-video

Klik hier om een video (item nieuwsuitzending) n.a.v. de publicatie te bekijken.

Om het jaarboek te bestellen (ook vorige jaren), mail, fax of stuur de verzend- en facturatiegegevens naar:
Universiteit Antwerpen – OASeS, Sint-Jacobstraat 2 (M 241), 2000 Antwerpen, België.
Mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Danielle Dierckx, Jill Coene & Peter Raeymaeckers (red.), Armoede en Sociale Uitsluiting. Jaarboek 2014,Acco, Leuven/Den Haag 2014, 444 pp., ISBN 978-90-334-9800-8. Prijs: 42 euro.

Afdrukken

Deel deze pagina via sociale media

logo armoede live 10jaarlater

logo initiatief nu

logo expeditie sociale cooperatie

Adres

Stimulansz
t.a.v. Ger Ramaekers / Sociale Alliantie
Postbus 2758
3500 GT Utrecht

mailadres2

Volg ons op sociale media