logo-sociale-alliantie6

Gezichten van armoede

Armoede heeft veel gezichten. Schrijnend zijn de beelden in de media over armoede ver van huis. Maar wie goed kijkt, ziet ook steeds meer armoede in ons eigen land.
Jolanda Hennekam schetst beelden van armoede in Nederland.

Klik hier om onderstaand artikel te downloaden als Word-document.

Zelf zag ik in 1980 voor het eerst bewust het gezicht van armoede in het rijke West-Europa. Dat was in Wenen, die keurige stad. Ik zag daar een man op straat in een afvalbak grabbelen. Hij viste een halve Big Mac eruit, propte die snel in zijn mond en grabbelde toen verder in de afvalbak. Ik schrok me wild. Mijn studiebeurs was geen vetpot, maar ik hoefde gelukkig niet uit een vuilcontainer mijn kostje bij elkaar te sprokkelen.
Eind jaren tachtig, toen Lubbers zijn karwei had afgemaakt, zag ik de eerste 'skipper' op de Vismarkt een restje kibbeling uit een prullenbak vissen. Nu zie ik geregeld zulke 'dumpster divers'. En ik zie bedelaars op straat, ik zie daklozen in portieken slapen. Ik woon hartje stad en zie dagelijks dit gezicht van armoede. Honger, dak-en thuisloosheid.
Na mijn studie kwam ik begin jaren tachtig op de arbeidsmarkt. Op het hoogtepunt van de recessie. Er was geen werk, mensen vlogen er met bosjes tegelijk uit. Ik vroeg een uitkering aan. Dat ging collectief, met grote groepen tegelijk ergens in de Uurwerkersgang. Ik ging erop vooruit: de uitkering was hoger dan mijn studiebeurs. Maar de pret duurde niet lang: de no-nonsense van Lubbers I en Lubbers II zorgde ervoor dat ik steeds minder te besteden had na aftrek van alle vaste lasten.

No future

Begin jaren negentig kreeg ik het steeds benauwder vanwege die voortdurende bezuinigingen en sloot me uit protest aan bij De Arme Kant van Nederland. Ik schreef stukken in Trouw, hield lezingen en sprak met politici. Ik deed mee aan de grote landelijke Armoedeconferenties. Maar ik merkte dat ondanks alle rapporten en discussies over armoede mijn besteedbaar inkomen alleen maar verder afnam. En ook het inkomen van mijn vrienden, die net als ik tot de verloren generatie behoorden. No future.
Veel van die vrienden zijn nooit goed terecht gekomen: als ze eindelijk een baantje vonden was het meestal een banenpoolplaats, melkertbaan, id-baan. En nu zitten ze weer thuis en kwijnen achter en samen met de geraniums weg. Het gezicht van die vrienden is een ander gezicht van armoede. Uitgesloten, uitgekotst. Nooit echt een volwaardige baan gehad. En nu weer aan de kant gezet. Alweer no future.

Gekleurde armoede

Zelf kwam ik niet in het gesubsidieerde werk terecht, maar kreeg een tijdelijke aanstelling in het volwassenenonderwijs. Ik gaf les aan asielzoekers op verschillende AZC's in de provincie. Het was leuk werk. Maar mijn leerlingen hadden het niet zo leuk. Ze leefden in piepkleine woonunits en caravans, waren chronisch gestresst, depressief, machteloos. Vechtend tegen de IND, de wanhoop, het verdriet. Verloren in een vreemd land, onbekend met onze taal, soms zelfs analfabeet. Ik zag een nieuw gezicht van armoede, een gekleurd gezicht.

Flexwerk

Ik kreeg een aantal keren achter elkaar een nieuw tijdelijk contract bij dat ROC. Een vaste aanstelling gloorde aan de horizon. Maar opeens sloeg het noodlot toe en kreeg ik kanker. Ik was een tijdje uit de running. Toen werd ik via de arbo-arts door mijn werkgever onder druk gezet om zo snel mogelijk weer aan het werk te gaan, anders zou ik geen nieuw contract krijgen. Mijn volgende contract was half zo veel uren en daarna kreeg ik geen nieuw contract meer. Naar UWV toe heette het 'geen formatie', maar zoals mijn leidinggevende mij later toegaf, was het omdat de school geen risico wilde lopen. Kanker en ook nog een trap na! De vakbond kon niks voor me doen. Het was weliswaar smerig maar conform de CAO. En het kwam vaak voor. Als flexwerker moet je niet ernstig ziek worden, want dan kun je het wel schudden.
Maar deze tijdelijke contracten waren nog een zegen vergeleken bij de contracten die ik daarna kreeg. Vaak kreeg ik zo weinig uren dat ik een aanvullende uitkering nodig had. Meestal was er niet eens sprake van een echt arbeidscontract, maar van een uitzendovereenkomst. Het was elke dag maar weer afwachten of ik volgende week nog werk had. De baantjes duurden vaak te kort om WW-recht op te bouwen en pensioenopbouw zat er ook nauwelijks in. Als ik ziek was kreeg ik de eerste paar dagen geen ziektegeld. De korte schoolvakanties kreeg ik niet of maar gedeeltelijk doorbetaald en in de zomer werd ik keihard op straat geschopt. Ik ontdekte een nieuw gezicht van armoede: gebrek aan goede arbeidsvoorwaarden en rechtszekerheid.

Chronisch ziek

En ik zie steeds meer gezichten van armoede om me heen. Bijvoorbeeld bij een goede vriendin van mij. Zij had - na jaren bijstand - een ID-baan gekregen en was blij dat ze eindelijk iets meer te besteden had, eindelijk ook wat leven in plaats van alleen maar overleven. Maar haar baan werd wegbezuinigd. En zij werd ziek; een chronische darmontsteking. Ze kwam twee jaar in de ziektewet en daarna in de WIA. Haar inkomen ging terug naar bijstandsniveau. Voor bepaalde medicijnen moet ze een eigen bijdrage betalen. Ze moet bovendien elk jaar het hele eigen risico ophoesten. Maar hoewel haar aandoening op de lijst van chronische ziekten staat, krijgt ze toch geen WTCG-tegemoetkoming, omdat ze wisselende doseringen en combinaties van medicijnen krijgt. Door haar ziekte heeft ze geregeld pijn en vaak is ze te moe om iets gezelligs met vrienden te ondernemen. Ook heeft ze nauwelijks geld voor uitstapjes en ontspanning. Dat is ook een gezicht van armoede: chronische lichamelijke ziekte.

Psychisch ziek

Een familielid van mij heeft een psychische ziekte en krijgt antipsychotica en antidepressiva. Ze leeft al jaren van een bijstandsuitkering. Eens vond een overijverige ondeskundige medewerker bij de sociale dienst dat ze 'sociaal geactiveerd' moest worden en zette haar onder druk om verplicht vrijwilligerswerk te gaan doen. Het gevolg was dat ze compleet flipte en Lentis dagelijks psychiatrisch verpleegkundigen bij haar langs moest sturen om een opname te voorkomen. De psychiater schreef nog een extra pilletje voor. De sociale dienst laat haar weer even met rust.
Ze moet zien rond te komen met een bijstandsuitkering, wat veel zelfdiscipline en helderheid van geest vergt. Maar de warboel in haar hoofd is te groot. Ze heeft vrijwel geen overzicht over haar financiën. Ze laat zich gemakkelijk overhalen door colporteurs, callcentra en reclamefolders om dingen te kopen die ze niet nodig heeft. Ze maakt schulden bij postorderbedrijven. Ze kan niet reserveren voor het eigen risico. Als de financiële stress te groot wordt, krijgt ze meer dwanggedachten en wanen. Dan schrijft de psychiater, die niet op de hoogte is van haar financiële knoeiboel, haar een hogere dosis pillen voor, waardoor ze nog passiever en duffer wordt. Ik heb haar aangeraden hulp te zoeken voor haar financiële problemen. Ze krijgt nu hulp van de Belastingtoko en Paperassentoko. Zo wordt ze weer iets rustiger in haar hoofd. En komt er weer iets van ontspanning in haar gezicht. Psychische ziekte, verwarring, schulden: ook een gezicht van armoede.

Bijstandsmoeder

Een ander familielid van mij is bijstandsmoeder. Twee keer gescheiden, uit elk huwelijk een kind. Ze moet elk dubbeltje omdraaien. Ze wil haar kinderen niet te kort doen, maar het wordt steeds moeilijker. Haar moeder springt soms bij, koopt schoenen voor de kinderen, betaalt de zwemlessen, geeft geld voor vervoer. Gelukkig is ze erg handig en creatief en kan zelf kleren naaien en kapot huisraad repareren. Geld voor een cursus, uitgaan of vakantie heeft ze niet. Haar leefwereld en kennissenkring wordt steeds kleiner, haar zorgen steeds groter. Je ziet het in haar gezicht. De armoede van een moeder in de bijstand. En je ziet het al een beetje in de gezichten van haar kinderen. De armoede van kinderen in de bijstand.

Ouderen

Ik ken een mevrouw van 87. Ze leeft van AOW en een klein pensioentje. Ze is slecht ter been, haar zoon doet af en toe boodschappen. Ze kan haar huis niet meer schoonhouden, maar wil geen mensen van het Zorgloket over de vloer. Want ze schaamt zich. Ze schaamt zich voor haar woning. Ze woont weliswaar in een eigen huis, maar heeft geen geld meer voor het onderhoud. De vloerbedekking is sleets, haar huisraad versleten, het behang vertoont slechte plekken. Ze schaamt zich voor zichzelf. Want ze heeft geen geld meer om haar kapotte kronen te laten vervangen, geen geld meer voor een nieuwe bril, geen geld meer voor de kapper. Veel van haar vrienden van vroeger zijn al overleden. Die namen haar nog wel eens mee uit sinds het overlijden van haar man. Ze kijkt wat tv, leest af en toe een boek. En zit veel in het donker, want de stroom is zo duur. Soms zegt ze dat ze er niks meer aan vindt. Als ik haar aankijk, zie ik het gezicht van stille armoede.

Nieuwe armoede

Op de televisie zag ik een mevrouw, Sascha Meyer, moeder van drie opgroeiende pubers. Ooit had ze een succesvolle carrière als styliste en journaliste. Ze woonde in een mooi groot huis en kon kopen wat ze wilde. Maar haar huwelijk liep stuk, ze raakte haar baan kwijt en haar ex-man kon de kinderalimentatie niet betalen. Zij belandde bij de Voedselbank. Haar ex ook. Als haar ouders niet bijspringen moet ze haar huis uit. Nieuw werk vinden lukt niet; iedereen vindt haar met 47 te oud. Ze heeft nu een boek geschreven over zichzelf, getiteld 'De nieuwe arme'. Ze is niet de enige. Steeds meer hoger opgeleiden, zzp'ers en eigenwoningbezitters komen in financiële problemen. Bij de Kredietbank en de Voedselbank zie je het gezicht van de nieuwe armoede.

Geestelijke armoede

Bij gezichten van armoede denk ik tenslotte ook aan premier Rutte. Die beweerde eind vorig jaar dat er in ons land geen armoede bestaat: het is wel "pittig" om te moeten rondkomen van een uitkering, maar er is geen situatie "waar onmiddellijk ontwikkelingshulp naar toe moet". Pittig is een Haags modewoord. Het roept associaties op met spannende uitdagingen, avontuur, lekkere kruiden, iets wat je leven jus geeft. Daar kunnen onze armen het mee doen! In Den Haag zie ik het gezicht van geestelijke armoede.

Maar genoeg over armoede. Ik wil rijkdom zien. Rijkdom aan ideeën hoe we armoede kunnen verzachten en uitbannen. Daarvoor zijn we actief in de anti-armoedebeweging.

Jolanda Hennekam

Afdrukken

logo armoede live

logo initiatief nu

logo expeditie sociale cooperatie

Adres

Stimulansz
t.a.v. Ger Ramaekers / Sociale Alliantie
Postbus 2758
3500 GT Utrecht

mailadres2

Volg ons op sociale media