|
|
Het leveren van huishoudelijke zorg wordt per 1 januari 2007
de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Voor de uitvoering
van de zorg sluiten gemeenten contracten met verschillende organisaties.
Gemeenten gaan dat doen volgens een aanbestedingsprocedure.
Voor cliëntenorganisaties is het belangrijk dat zij meedenken over de
inhoud van deze procedure. Daarom heeft CliëntenBelang Utrecht een
aandachtspuntenlijst
opgesteld. Deze lijst kunt u gebruiken
bij het beoordelen van de aanbestedingsprocedure in uw gemeente.
Het samenspel tussen WWB en WMO
Onder de titel Dát kunnen we met de WMO! verscheen CliPPer # 3.
Deze publicatie met praktijkvoorstellen vanuit cliëntenperspectief,
is een gezamenlijke productie van de Sociale Alliantie en stichting CliP.
Een gratis exemplaar is verzonden naar lokale groepen.
Nabestellingen: € 4 op rekening 4270067 t.n.v. Stichting CliP te
Utrecht o.v.v. brochure WMO en WWB. (5 ex. € 17,50;
10 ex. € 30,00; prijzen inclusief porto) Meer
informatie
FNV-brochure over de WMO
Als gevolg van de nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning moeten
gemeenten beleid ontwikkelen over de thuiszorg en het welzijnswerk.
De FNV geeft tips voor de beïnvloeding van het lokale beleid.
De brochure is hier
als download te vinden.
WMO, maak meedoen mogelijk! is ook (voor
drie euro)
te bestellen via www.fnv.nl/webwinkel.
Centrale WMO-infopunten:
voor het algemene publiek: www.info-wmo.nl
voor beleidsbeïnvloeding: www.invoeringwmo.nl
De staatssecretaris heeft op 2 oktober 2006 een definitieve
Algemene Maatregel van Bestuur gepubliceerd: AmvB
Die bevat bijvoorbeeld nieuwe informatie over eigen bijdragen.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten
heeft een site
over de invoering van de WMO
Enkele gemeenten: Amsterdam
Drechtsteden
Eindhoven
Leeuwarden
Nijmegen
Zorgbelang-Nederland stelt een toolkit
samen voor de
cliëntenparticipatie in de lokale uitvoering van de WMO.
Zorgbelang is de
landelijke organisatie van Regionale Patiënten
Consumenten Platforms (RPCP's).
In Nederland zijn er 28 RPCP's
die elk
actief zijn in hun eigen regio. Deze platforms
werken aan
optimale zorg- en welzijnsvoorzieningen.
Zorgbelang trekt voor het programma VPR (Versterking van de positie
van de Patiënt in de Regio) gezamenlijk op met de ouderenbonden
(PCOB, ANBO en Unie KBO) en het LOC (het Landelijke
Overleg Cliëntenraden). (Zie:
www.zorgbelang-nederland.nl)
Op
verzoek van Zorgbelang heeft het Verwey-Jonker Instituut
onderzoek gedaan naar de stand van zaken rond cliëntparticipatie
in de Nederlandse gemeenten. Het resultaat van dit onderzoek
vormt een goed vertrekpunt voor het vormgeven van de lokale
activiteiten en biedt tevens modellen voor lokale cliëntenparticipatie.
Het Verwey-Jonker Instituut heeft ook enkele beginselen
en prestatiecriteria geformuleerd die bij cliëntenparticipatie
van belang zijn. Zie:
‘Cliëntenparticipatie bij gemeenten’
www.verwey-jonker.nl
Er is een brochure gemaakt voor de nieuwe
wethouders
die de WMO in hun portefeuille hebben gekregen:
'Wat iedere bestuurder moet weten'
Wat iedere bestuurder moet weten’, zo heet de brochure
van het
implementatiebureau van VWS en de VNG, om (nieuwe) portefeuillehouders
WMO te informeren over die wet waar iedereen het over heeft.
Na een informatief en interactief programma werd de brochure uitgereikt
op 7 juni 2006 tijdens een landelijke bijeenkomst voor alle gemeentelijke
portefeuillehouders WMO. De Staatssecretaris van VWS, drs. Clémence
Ross- van Dorp was ook aanwezig. Klik hier voor
de speech
van de staatssecretaris en hier voor
de brochure
Tijdens de bespreking in de Tweede Kamer toonde die zich
bezorgd over de
koopkrachteffecten, die kunnen optreden voor mensen die nu onder de WVG
een eigen bijdrage van maximaal €45,- kennen en van wie na 1 januari
onder het nieuwe regime maximaal €293,- aan eigen bijdragen gevraagd
kan worden. De Tweede Kamer vreest ook dat veel meer burgers met
een eigen bijdrage geconfronteerd zullen worden. De Kamer toonde zich ook
bezorgd over de mogelijke administratieve rompslomp die dit besluit
voor de gemeenten met zich meebrengt. Er was ook weinig vertrouwen
in een correcte uitvoering door het Centraal Administratie-kantoor.
(Meer info in een bericht van de Vereniging
Ned. Gemeenten)
Verordening individuele voorzieningen in de Wmo
In
verband met het overgangsrecht in Artikel 38 is het van groot belang
dat alle gemeenten vóór 1 oktober 2006 de verordening voor de
individuele voorzieningen vaststellen.
De Vereniging Nederlandse Gemeenten heeft een modelverordening
gemaakt. Zie: Modelverordening
Wmo en de
Het
Programma Versterking CliëntenPositie (VCP) stimuleert
op lokaal niveau de belangenbehartiging van mensen
met een handicap
of chronische ziekte. De website geeft veel informatie over de individuele
voorzieningen. Zie: www.programmavcp.nl voor
de
WMO-handreikingen en WMO-nieuwsbrief.
Het Programma Versterking Clientenpositie (VCP)
heeft ook
twee teksten met tips voor de beïnvloeding van de lokale verordeningen http://www.programmavcp.nl/files/uploads/modelverordening_WMO.pdf en
http://www.programmavcp.nl/files/uploads/Handreiking_verordening.pdf
Een belangrijk begrip voor de WMO is de
International Classification
of Functions, Disability and Health (ICF classificatie). Dit begrip is
opgenomen
in de toelichting bij het amendement. De internationale classificatie
van stoornissen, beperkingen en handicaps leidt tot een systematische
beschrijving van
§
de functies van het
organisme
§
de structuur, (anatomische)
eigenschappen van het organisme
§
de volledige reeks
activiteiten die een individu kan uitvoeren
§
de terreinen van het
maatschappelijke leven waarop een individu
deelneemt of kan deelnemen
§
externe factoren die van
invloed kunnen op deze dimensies.
De ICF kan worden gebruikt als leidraad bij het bepalen hoe een beperking
gecompenseerd moet worden en om de behoefte aan voorzieningen
vast te kunnen stellen. De ICF hanteert het normaal functioneren als norm.
Normaal functioneren houdt in ‘het functioneren van iemand zonder
beperkingen
of zonder belemmerende factoren.’ Compensatie van een beperking
betekent dus het wegnemen van het verschil tussen normaal functioneren en
het functioneren met een beperking, door bv. een voorziening of hulpmiddel.
Meer informatie:
http://www.rivm.nl/who-fic/BrochureICF.pdf
---------------------------------
De Eerste Kamer heeft vóór
de WMO gestemd
Tijdens de behandeling in de Tweede-Kamer
is de WMO ingrijpend verbouwd.
Voorafgaand aan deze behandeling is door de
organisaties
achter het manifest “De WMO, alleen maar zo!”
(FNV, CNV, ouderenbonden, CG-raad, enz.) een lijst met voorwaarden
ingebracht en besproken met de kamerleden Aart Mosterd (CDA),
Anouchka van Miltenburg (VVD), Gerdi Verbeet (PvdA),
Agnes Kant (SP), Naima Azough (GroenLinks), Margot Kraneveldt (LPF),
Bert Bakker (D66), André Rouvoet (ChristenUnie) en Bas van der Vlies (SGP).
Deze inzet heeft geleid tot een stortvloed aan amendementen die voor
veel meer rechten voor de burgers hebben gezorgd.
Enkele punten uit de behandeling in de Tweede Kamer.
1. Compensatieplicht
De staatssecretaris wilde in de WMO maximale vrijheid geven
aan
de gemeenten. De manifestpartijen vonden dat daarmee de zekerheid
voor de cliënten te veel beperkt werd. In de WVG en de AWBZ was
sprake van verzekerde rechten. Opdracht was dus: regel het recht op zorg.
In het amendement van Miltenburg wordt in artikel vier van de
WMO
een compensatieplicht voor de gemeenten geïntroduceerd,
die de aanvrager in staat moeten stellen:
a. een huishouden te voeren;
b. zich te verplaatsen in en om de woning;
c. zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel;
d. medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan.
Bij het bepalen van de voorzieningen houdt het college van burgemeester en
wethouders rekening met de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager
van de voorzieningen, alsmede met de capaciteit van de aanvrager om
uit een oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien.
2. Versterking van de
rechtsbescherming van de aanvrager
De
WMO is gebaseerd op de
Grondwet art. 22: De overheid treft
maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid. Bevordering van
voldoende
woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid. Zij schept voorwaarden
voor maatschappelijke en culturele ontplooiing en voor vrijetijdsbesteding.)
In de WMO zijn naast regels, die de gemeente moet uitvoeren ook
veel “kan-bepalingen” opgenomen. Dat zijn bepalingen die gemeenten
bevoegdheden geven. De rechter kan de uitoefening van bevoegdheden toetsen
aan de beginselen van behoorlijk bestuur, zoals die zijn vastgelegd in de
Algemene Wet Bestuursrecht: (gelijkheidsbeginsel, redelijkheidsbeginsel,
evenredigheidsbeginsel, motiveringsbeginsel (kenbare motivering),
draagkrachtbeginsel, behoorlijke belangenafweging, beginsel van
zorgvuldigheid, vertrouwensbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel).
Deze principes zijn dus toetscriteria voor de vormgeving en uitvoering
van de verordeningen WMO.
3. Cliëntenparticipatie
Naast de rechtsbescherming voor de
individuele burger hoort cliëntenparticipatie
wezenlijk bij de WMO. Bakker zei daarover in de kamer: “Hoe kan worden
voorkomen dat de link ontbreekt tussen cliëntenraden en de praktijk
van de mensen die aan het loket komen en er soms tegen problemen oplopen
of de praktijk van kleinere doelgroepen die niet direct in cliëntenraden
zijn vertegenwoordigd, zoals daklozen en allochtonen. Hoewel, allochtonen
vormen een heel grote doelgroep, maar zijn moeilijk vertegenwoordigd te
krijgen.
Waar allochtonen vaak specifieke wensen hebben, is dat niet-vertegenwoordigd
zijn een probleem. Ik heb mij vaak beziggehouden met cliëntenparticipatie
op het niveau van de gemeenten in het kader van de Wet werk en bijstand
en dergelijke. Ik heb gezien dat gemeenten daaraan vaak niet goed en
veel te vrijblijvend vormgegeven. Als zo'n cliëntenraad al te lastig
wordt,
dan wordt die weer tegengewerkt.
Voor de ondernemingsraden hebben wij geregeld dat die één keer per jaar
op scholing kunnen gaan. Eigenlijk zouden wij dat ook zo moeten regelen
voor cliëntenraden op dit terrein. Daarvoor is dan wel een landelijk aanbod
nodig.
Ik vraag de staatssecretaris daarop te reflecteren, want volgens mij moeten
wij
dat niet ongeregeld laten.”
-----------
Divosa (de Gemeentelijke Sociale
Diensten) heeft een rapport
over de inzet van deze gemeentelijke diensten:
Een
verkenning van de gevolgen van de WMO voor de gemeenten
en een rapport over de
relatie tussen WWB en WMO:
De
WMO: voor wie, door wie?
Websites:
www.invoeringwmo.nl
http://zois.databank.nl/
(lokale gegevens)
www.fnv.nl/lokaal
www.programmavcp.nl
www.lorep.nl
www.pgb.nl
-------------------
De FNV heeft begin september 2005 een brochure
uitgegeven over de lokale aanpak van de WMO
:
De
FNV heeft in november een update op deze
brochure gemaakt
De sociale alliantie heeft eerder ook een brochure gemaakt voor lokale
groepen
die met de Wet Maatschappelijke Ondersteuning aan de slag willen gaan.

De WMO.
Cliënten aan zet.
|
Brede coalitie wil
wettelijke garanties voor zorg
|
|
|
Invoering
van de WMO heeft grote gevolgen voor de voorzieningen,
het recht op zorg
en de werkgelegenheid in de zorgsector.
Veel zorg die nu wordt vergoed
uit de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten (AWBZ), komt straks op het
bordje van de gemeenten
te liggen Die moeten zelf bekijken hoe ze de
zorg willen regelen,
maar krijgen daarvoor te weinig geld en nauwelijks
bevoegdheden.
De organisaties van consumenten, cliënten, patiënten en
mantelzorgers
in Nederland en de vakcentrales FNV en CNV eisen een
wettelijk kader
voor de WMO. Dit bestaat uit tien punten en is
uitgewerkt in een manifest.
Op 1 december is dit manifest
overhandigd aan voorzitter van de
Vaste Kamercommissie
Volkgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).
Het
manifest bevat 10 punten die de coalitie per sé geregeld
wil zien,
voordat ze met de WMO kan instemmen.
|
De contourennota van het ministerie van VWS over
de Wet Maatschappelijke Ondersteuning.
Hoofdlijn:
Het kabinet wil alle componenten uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, die op te vatten zijn als
maatschappelijke ondersteuning, en ook de ondersteuning zoals die nu al aan
burgers wordt geboden op basis van de kaderwet Welzijn, de Wet Voorzieningen Gehandicapten
en de regelingen voor maatschappelijke opvang en maatschappelijk werk onder één
wettelijk kader te brengen.
Doel daarvan is dat ze waar nodig en in
samenhang met elkaar worden aangeboden aan kwetsbare burgers om ervoor te zorgen
dat zij in de maatschappij kunnen functioneren en participeren.
Het kabinet wil dit hele pakket onder de regie van de gemeente
brengen.
-------------------------------------
De
wet gaat uit van een drietrapsmodel voor de ondersteuning
van zelfredzaamheid en participatie.
-
Iedereen
is zelf verantwoordelijk voor het regelen van zaken die nodig zijn om te
participeren, in overleg met en met steun van zijn eigen sociale netwerk. Burgers
die over voldoende inkomsten beschikken moeten zelf de kosten van middelen
nodig voor zelfredzaamheid en participatie betalen.
-
Burgers zijn medeverantwoordelijk voor elkaar.
Men wordt geacht elkaar waar nodig te helpen participeren. In de uitwerking
daarvan wordt gedacht aan vrijwilligerswerk en burenhulp, maar ook aan het
sociale gezicht van bedrijven en aan allerlei vormen waarin mensen zich
organiseren om samen aan bepaalde doelen te werken: verenigingen, werkgroepen,
buurtcomité’s. De gemeentelijke overheid stimuleert en faciliteert dit
volgens de wet waar nodig. De minister gaat ervan uit dat de gemeente voorziet
in collectieve ondersteuning van participatie waar alle burgers gebruik van
kunnen maken, inclusief de kwetsbare burgers. Meestal zal de gemeente dit doen
via opdrachten aan derden, zoals instellingen voor sociaal-cultureel werk,
vrijwilligerscentrales, algemeen maatschappelijk werk, opbouwwerk, sport,
vorming, cultuur en recreatie.
De
gemeente moet voorzien in een
persoonsgericht ondersteuningsaanbod voor kwetsbare burgers gericht op die
participatieknelpunten waarvoor ze vanuit de eigen mogelijkheden en ondanks de
steun van de civil society onvoldoende oplossingen kunnen vinden. Dit kan liggen
op alle denkbare levensterreinen die te maken hebben met zelfredzaamheid en het
vermogen om in de maatschappij te participeren: informatie en advies,
regieondersteuning, mobiliteit, woningaanpassingen, praktische hulp,
psychosociale begeleiding, huishoudelijke verzorging, dagbesteding, sociale
contacten, veiligheid.
----------------------
naar boven
home
Sociale Alliantie
|